Politiek

Arjo klamer als SP lid en wethouder in Hilversum

Van 2014 tot 2017 ben ik wethouder sociale zaken en participatie geweest in Hilversum namens de Socialistische Partij.

Op deze pagina zijn een aantal artikelen verzamelt dat een beeld geeft van mijn politieke stappen de afgelopen jaren. Daarnaast een aantal artikelen met betrekking op mijn politieke visies.

Tegen de tweedeling, voor de kwetsbaren

Waarom wordt een keurige professor wethouder voor de SP?
Arjo Klamer legt uit waarom hij op die partij stemt: de nuchterheid en de betrouwbaarheid bevallen hem.

Arjo Klamer

11 maart 2017

Waarom zou een econoom, en nog wel een hoogleraar, met een mooi huis in het Gooi, voor de SP zijn? En hoe komt hij erbij om namens de SP wethouder te zijn? Bij die club pas je toch niet?

Ik zou niet voor de SP kiezen als ik me niet in standpunten van die partij zou herkennen, zoals een eerlijke beloning voor werk, goede en toegankelijke zorg voor iedereen, goed onderwijs, inzet voor een duurzaam milieu en de oproep om alternatieven voor de euro te bespreken. Mijn standpunt dat de EU met de euro het paard van Troje binnenhaalde, vond aanvankelijk alleen weerklank bij Jan Marijnissen en de zijnen. Dat, en de campagne voor het behoud van onze beschaving en tegen een doorgeslagen marktwerking – in gang gezet in 2001 en inmiddels breed gedragen – maakte dat ik in het kamp van de SP terecht kwam. Maar dat is maar een deel van het verhaal.

In verkiezingstijd gaat het om standpunten van partijen. De stemwijzer geeft aan met welke partij je de meeste standpunten gemeen hebt. Dan blijkt dat die partij de jouwe niet is. En die standpunten doen er in de politieke werkelijkheid van alledag maar weinig toe. Het gaat daarom niet zozeer om standpunten, maar om de waarden waarvoor een partij staat; de cultuur die ze uitdraagt.

Dan zie ik de joviale en welvarende cultuur van VVD, de redelijkheid en bestuurlijke verantwoordelijkheid die D66’ers uitstralen, de degelijkheid en christelijke waarden van de CDA, de verontwaardiging en de hardheid van de PVV, de bestuurlijke en in maatschappelijke instituties verankerde cultuur van de PvdA en de enthousiaste jongerencultuur van GroenLinks. De mensen in mijn omgeving herkennen zich in de culturen van D66 (vooral economen doen dat), GroenLinks (lekker fris), het CDA soms (stabiel) en de VVD (opkomen voor privileges). Omdat ik veel omga met wetenschappers en goed verdienende professionals, zou ik dat ook moeten doen. Maar het gaat mij om iets anders.

Nu kan ik grote woorden gebruiken om de SP-waarden te belichten – zoals solidariteit en gelijkwaardigheid. Maar het gaat mij vooral om wat ik dagelijks beleef. Neem de bijeenkomsten van SP-wethouders. Allereerst valt me de nuchterheid op. En de bescheidenheid. SP’ers zijn praktische mensen die – gedreven door idealen – een klus doen. Alles straalt betrouwbaarheid uit, waarvoor Emile Roemer zo vaak geprezen wordt. Opvallend vond ik de keer dat er kritiek was op het beleid van een SP-wethouder die er niet was. Een paar collegas grepen in: „We spreken niet over een collega die geen weerwoord kan geven.” Toen Agnes Kant, die als opvolger van Jan Marijnissen terugtrad, laatst op het partijcongres sprak, kreeg ze een lange en staande ovatie. Het overgrote deel van de SP’ers blijft loyaal aan Roemer, ook al zit het soms niet mee in de peilingen. Ik waardeer dat in de cultuur van de SP.

Wat ik ook waardeer zijn de leden van de SP. Als wethouder ben ik verantwoordelijk voor de toegang tot de bijstand en de arbeidsbemiddeling. De SP-leden zijn voor mij een belangrijke bron van informatie om de eenvoudige reden dat een aantal van hen een uitkering heeft en op zoek is naar werk. Gaat iets niet goed bij de gemeente, dan krijg ik dat van hen te horen. Is het ergens in een buurt hommeles, dan vertellen de SP’ers uit die buurt mij wat er aan de hand is. Wil ik de schuldhulpverlening verbeteren, dan heb ik veel aan ervaringen die SP’ers met schulden met mij delen. Komen de statushouders aan de orde aan de bestuurstafel, dan ben ik mij er inmiddels van bewust dat de lasten terecht komen bij de bewoners van problematische wijken waar ook SP’ers wonen. Gaat het bijvoorbeeld over bestuurlijke fusies dan vraag ik ze wat zij ervan vinden.

Politiek in Nederland is in veel teveel gevallen een zaak van hoger opgeleiden met een leuke baan en een dito inkomen. Vaak staan die volksvertegenwoordigers en bestuurders op grote afstand van mensen die moeten knokken om het hoofd boven water te houden. Wat ik goed vind van de SP is dat de partij die mensen de kans geeft politieke verantwoordelijkheid te nemen. Daarom zijn SP’ers, die een redelijke dwarsdoorsnede van de samenleving vormen, zo actief. Dat is lastig voor bestuurders, maar juist nu de nadelen van de tweedeling zo pijnlijk zichtbaar zijn met een toenemend isolement van de zogenaamde bestuurlijke elite, is het belangrijk partij te kiezen voor de mensen die sociaal en financieel kwetsbaar zijn. Daarom kies ik voor de SP.

Arjo Klamer is hoogleraar culturele economie, wethouder voor de SP in Hilversum en auteur van het onlangs verschenen Doing the Right Thing: A Value Based Economy.

Hoe zielig zijn wethouders?

Arjo Klamer 23 mei 2017

“Dat je het zo lang hebt uitgehouden!” “Hoezo?” “Nou, dat iemand als jij dat geneuzel van de plaatselijke politiek drie jaar kan uitstaan verrast me.” Dit was een variant van de meewarige reacties die ik kreeg toen ik wethouder werd. Standaard was de vraag: “Bevalt het je wel?”

Blijkbaar kon men zich moeilijk een positief antwoord voorstellen. En dan voor de SP, onbegrijpelijk. Veel mensen in mijn omgeving waren verbijsterd. Een aantal hadden plaatsvervangende schaamte. Sommigen maakten zich zorgen om mij. Ging ik dit overleven? Op die twijfel zinspeelde de eerste vragensteller, een voormalig partner van een groot accountantsbureau.

Wethouders, zo kreeg ik te horen, zijn vooral zielig. Ze hebben een ondankbare taak, vergaderen aan de lopende band, moeten eindeloze commissies en raadsvergaderingen uitzitten, hebben weinig macht om veel klaar te spelen, en zijn de pispaal van de lokale politiek. Zijn ze wethouder af, dan zijn ze subiet vergeten en hebben ze de grootste moeite een nieuwe baan te krijgen.
Het was niet mijn bedoeling wethouder te worden in Hilversum. Het hoogleraarschap gaf me genoeg te doen. Waarom ik het toch deed, kan ik niet uitleggen. Misschien was het de handige manoeuvre van de fractievoorzitster van de SP om mijn kandidatuur in te zetten in het coalitieoverleg. Gelukkig bleek dat ik het hoogleraarschap kon combineren met het wethouderschap. Op maandag ben ik hoogleraar culturele economie en geef ik college. Dinsdag begin ik als wethouder en heb ik college.

Zoals ik had verwacht zijn de vergaderingen eindeloos; ik ben soms hele dagen doorlopend in besprekingen. En inderdaad, lopen de bureaucratische molens langzaam, en duren besluitvormingsprocessen eindeloos, en stranden goede ideeën op de details. Het verraste mij dat ik veel niet begreep, allerlei begrippen niet kon vatten (wat is toch een kader?), ambtelijke taal abstract en onnavolgbaar vond en het politieke spel vaak niet doorhad. In het eerste jaar was het wethouderschap een oefening in bescheidenheid.
En ook al weet ik dat ik straks in een commissie weer veel kritiek zal krijgen, al een motie van treurnis heb gekregen en een motie van wantrouwen op de loer ligt, ook al zijn de zorgen terecht gebleken en vraag ik me geregeld af waarom ik dit doe. Vooral wanneer “hoog” politiek spel gespeeld wordt geeft het voldoening dat ik dit kan doen. Als wethouder spreek ik heel veel mensen die ik anders nooit gesproken zou hebben. Ik ben het politieke spel gaan waarderen, en ben onder de indruk van de inzet van raadsleden, hoe irritant hun interventies ook kunnen zijn. Het valt me mee hoeveel ik ondanks alles gedaan krijg, hoeveel ik als wethouder kan betekenen voor de mensen in Hilversum. Mijn vrouw vindt dat ik met interessantere verhalen thuiskom sinds ik wethouder ben en dat begrijp ik wel. Op maandag heb ik meer te vertellen dankzij mijn politieke ervaringen.

Nee, ik vind me als wethouder allesbehalve zielig, En ik begrijp Jetta Klijnsma, demissionair staatssecretaris, en Arno Visser, voorzitter rekenkamer, maar al te goed toen ze me toevertrouwden dat het wethouderschap het beste is wat ze hebben gedaan.

Munten kunnen niet tegen politieke instabiliteit

Weldra sterft de euro

Hoe goedgelovig kunnen we zijn? Met 15 en straks 22 kapiteins op het schip zal het politieke Europa geen stand houden. Munten kunnen niet tegen politieke instabiliteit. Conclusie: de euro is geen lang leven beschoren.

door Arjo Klamer

12 januari 2002

Leuk hè, dat nieuwe geld? Mooi toch dat je het overal in Europa mag uitgeven? Brengt ons dichter bij elkaar, nietwaar? En willen we Duisenberg en Zalm geloven, dan kan deze euro ons alleen maar voorspoed brengen. Die euro, die kan niet meer stuk. Hoe goedgelovig kunnen we zijn?

Ik moet u bekennen dat ik ondanks mijn scepticisme tegenover de euro 2 januari als bijzonder heb ervaren. In de ochtend heb ik euro’s gepind en daar heb ik later op de dag een kop soep en een salade mee betaald. Even voelde de wereld anders. De vrouw aan de kassa moest duidelijk nog wennen aan al die nieuwe muntjes, mensen konden geen eten kopen omdat ze alleen guldens hadden, anderen lieten trots hun euro’s aan elkaar zien. Iedereen was er vol van. En dan de gedachte dat mensen door heel Europa dezelfde ervaringen hadden. Even was ik beneveld. Even dacht ik: misschien kan dit wel. Misschien hadden de voorstanders een punt, bevordert de euro het Europese gevoel, en zorgt het ervoor dat de Europeanen hun onderlinge verschillen opzij schuiven om er samen iets moois van te maken.

Maar zo mooi is die euro ook weer niet. Dan doel ik niet op de vage kleuren en de weinig tot verbeelding sprekende afbeeldingen. Nee, waar ik mee zit zijn de politieke consequenties van de euro. In tegenstelling tot wat de propaganda voorstelt, gaat het bij de euro niet om financieel gemak en economisch voordeel, maar is de inzet politiek van aard. «It’s the politics, stupid.»

De euro is politiek. Om te beginnen: zijn invoering is een politieke beslissing geweest om een politiek probleem op te lossen. Toen in 1989 Duitsland na de hereniging te machtig dreigde te worden, wilde Frankrijk dat Duitsland een deel van zijn macht zou overdragen. Het zat Frankrijk altijd al dwars dat Duitsland zo’n machtige munt had en daaraan allerlei economische en politieke voordelen ontleende. Mitterrand wist het wel. Opgave van de mark was de prijs die Duitsland moest betalen voor de hereniging. De Duitse bondskanselier Kohl ging akkoord, ondanks de protesten van zijn centrale bankier. Daarmee was de weg vrij voor de euro.
De politieke dimensie werd ook voorzien door de ontwerpers van het Verdrag van Maastricht. Voorop stond de noodzaak van een verregaande politieke integratie van de lidstaten, een aanzet tot de federalisering van Europa. Maar dat laatste durfden de politici niet aan, uit vrees voor grote weerstand van de burgers. Delors en Lubbers, de Nederlandse premier die als voorzitter fungeerde, moesten inbinden. Maar de muntunie met de euro bleef overeind en kwam in het Verdrag van Maastricht.

De eurocraten troostten zich met de gedachte dat die verdere politieke unie wel afgedwongen zou worden als de euro eenmaal een feit was. Met andere woorden, de eurocraten zijn er steeds van uitgegaan dat de euro het instrument is om die verregaande politieke integratie af te dwingen. Doen ze voorkomen dat de euro een sluitstuk is van de Europese eenwording, dan is dat dus een leugen. Men zal wel gedacht hebben dat het een leugen was om ons bestwil: eerst moeten wij, de burgers, die euro accepteren, en dan kan er gewerkt worden aan de acceptatie van verdere integratie, oftewel een verdere afkalving van de soevereiniteit van de lidstaten. De strategie blijft achterbaks, een democratie onwaardig.

Vanwaar die politieke integratie? Het heeft met macht te maken. Het succes van de euro hangt af van de politieke samenhang van Europa. Munten functioneren nu eenmaal slecht in politiek instabiele situaties. Wil een munt een wereldmunt zijn, zoals de euro pretendeert, dan moet dat politiek waargemaakt worden. De geschiedenis is daar al te duidelijk over. De ervaring van de Engelsen tijdens de Tweede Wereldoorlog is veelzeggend. Alles hadden ze over voor de continuering van een sleutelrol voor de pond sterling. Met veel kunst en vliegwerk hadden ze de pond verdedigd ondanks het feit dat de VS in economisch opzicht de Engelse economie reeds voorbijgestreefd waren.

De Tweede Wereldoorlog maakte een nieuw ontwerp van het internationale monetaire systeem noodzakelijk. Engeland zette zijn beste economen in voor de onderhandelingen. Maar ook Keynes kon niet voorkomen dat de Amerikanen de sterkste troeven hadden. Zo geschiedde het dat de dollar de sleutelrol kreeg toebedeeld in het befaamde Bretton Woods-systeem. Dit betekende dat buitenlanders, maar vooral de oliesjeiks, bereid waren dollars te accepteren als betaalmiddel, met als gevolg dat inmiddels zestig procent van alle dollars en dollartegoeden buiten de VS circuleren. Dat is fantastisch voor de Amerikanen, maar ze betalen er ook een prijs voor. Al die dollars maken het noodzakelijk dat Amerika nu en dan zijn spierballen laat zien en ingrijpt wanneer er trammelant is in het Midden-Oosten, en dat alles om het vertrouwen in de dollar vast te houden. Een wereldmunt heeft een wereldmacht nodig. De Japanners konden en wilden zo’n wereldmacht niet zijn en daarom is de yen ook geen wereldmunt, ook al was de Japanse economie de tweede economie ter wereld.

Nu is euroland de tweede economie ter wereld. En zijn politici willen dat de euro een wereldmunt wordt. We zullen het weten. Dit betekent dat de eurolanden niet alleen een gezamenlijk economisch en sociaal beleid zullen moeten voeren, maar vooral ook een gezamenlijk buitenlands beleid. Een Europees leger is onvermijdelijk. Een eigen buitenlands beleid voor Nederland zit er niet meer in. Zoiets duldt de euro niet.

Om die macht waar te maken zal verdere centralisatie noodzakelijk zijn. Gedonder met onverantwoordelijke overheden die te gemakkelijk toegeven aan veeleisende vakbonden en de eigen begroting uit de hand laten lopen, kan euroland niet verdragen. De eurocraten zullen er alles aan doen om de manoeuvreerruimte van afzonderlijke lidstaten in te perken. De nachtmerrie is een Argentijnse toestand in een land als Italië. Stel, dat land gaat failliet vanwege pensioenverplichtingen die het niet kan nakomen. In het huidige systeem heeft Italië geen instrumenten om er zelf uit te komen. Het enige wat er dan op zit, is dat de rest van euroland de Italianen uit de brand helpt. Daar zijn middelen voor nodig. En dus zal er een Europese belasting komen. Ik zie het al aankomen: Nederlanders die belasting moeten betalen aan een entiteit waar ze weinig tot geen democratische controle over hebben. Ooit was dat een reden om tegen de Spanjaarden in opstand te komen.

Ik was tegen de euro omdat Nederland met die euro veel van zijn democratische en sociale verworvenheden zal verliezen. Nederland krijgt in Europa de rol die Texel heeft in Nederland. Dat Europa ooit een volwaardige democratie wordt met burgers die zich betrokken voelen, betwijfel ik. Het financiële regime van de euro is al verantwoordelijk voor een aanzienlijke afkalving van sociale voorzieningen en een grootse uitverkoop van de publieke zaak. Is dat de prijs die we willen betalen voor het gemak van zo’n muntje?

Zelf geef ik de voorkeur burger te zijn van een kleine, democratische, sociaal voelende, open en vitale gemeenschap. Zo’n grote eurocentrische kolos met zijn machtspretenties kan me gestolen worden. Daarbij komt dat Nederland een handelsland is, en een handelsland wil zich niet politiek binden zoals dat nu gebeurt.

Misschien woont u graag in een machtsblok dat het, met de Fransen voorop, tegen de Amerikanen wil opnemen. Misschien wilt u geloven dat zo’n groot Europa Nederland in het groot kan worden. Misschien heeft u geen moeite met dit eurocentrische gedoe, met zo’n Europese superstaat. Mijn vraag: wat als Europa politiek niet lukt? Wat als we er in democratisch en sociaal opzicht op achteruit gaan? En wat als onenigheid de lidstaten van elkaar vervreemdt? Dat zou niet de eerste keer zijn in de geschiedenis. Is de euro bestand tegen politieke instabiliteit?

Het antwoord is nee. Met 15 en straks 22 kapiteins op het schip houdt dit politieke Europa geen stand. Daarom is de euro geen lang leven beschoren. Het komt goed uit dat we nu weten dat de overgang naar een andere munt goed mogelijk is, en nog leuk ook.

SP Hilversum trots op haar wethouder

31 MEI 2017

Op basis van weinig concrete en insinuerende kritiek vanuit de gemeenteraad is in de Gooi & Eemlander van 20 mei een beeld van onze wethouder Arjo Klamer neergezet, dat hem en de SP onrecht doet. Zijn critici suggereren dat onze wethouder zijn zaken niet voor elkaar heeft. Dat beeld is niet correct.

Net als iedereen in de Hilversumse politiek heeft onze wethouder grote zorgen dat de gemeente Hilversum veel geld uitgeeft aan uitkeringen. Dat terwijl juist déze wethouder onderzoek heeft laten doen naar het Sociaal Plein en de mogelijkheden om de kosten te reduceren. Het bevreemdt ons enorm dat juist deze wethouder te weinig zelf-kritiek wordt verweten nadat hij onderzoek heeft gedaan naar zijn eigen dienst en de moed heeft gehad de resultaten daarvan openbaar te maken.

Naar aanleiding van dit onderzoek nam de wethouder ingrijpende maatregelen. In overleg met wethouder van de Want (D66) is de gemeenteraad voorgesteld 3,3 miljoen euro vrij te maken voor de noodzakelijke verbeteringen.

Ook zorgt hij ervoor dat mensen die werkeloos worden niet in de bijstand terecht komen maar meteen begeleid worden naar werk. Hij zet erop in dat dit werk passend en duurzaam is. De positieve effecten, namelijk lagere instroom en hogere uitstroom, zijn inmiddels zichtbaar.

De wethouder maakt zich sterk om Tomin, waar mensen met afstand tot de arbeidsmarkt werken, voor een sterfhuisconstructie te behoeden. Hij ondervond daarbij veel weerstand in de regio. Het beleidsplan dat door onze wethouder en op aangeven van de Hilversumse raad is ontwikkeld werd daar in april onderuit gehaald zonder dat een alternatief plan werd geboden. Onze wethouder heeft het initiatief in de ontwikkeling van het alternatieve plan. Hij zal, zoals hij gewoon is te doen, de Hilversumse raad hierbij betrekken.

Een ander mooi initiatief van onze wethouder is de oprichting van de coöperatie Productief Leren. Die staat ten dienste van leerlingen die in het regulier onderwijs niet meer terecht kunnen. Deze jongeren kunnen hierdoor op de arbeidsmarkt met een diploma starten.

Verder is hij samen met wethouder Wimar Jaeger (D66) verantwoordelijk voor het programma ‘Sterke Buurten’. Dit zijn ingrijpende en positieve plannen voor Hilversum. Het hele welzijn werd onder de loep genomen en dat had ook gevolgen voor Versa welzijn. Nadat er meerdere signalen kwamen van bewoners en professionals dat afspraken niet werden nagekomen stapte onze wethouder naar hun raad van toezicht. Deze bleek al zelfstandig tot dezelfde conclusie gekomen en heeft de directeur vervangen. De samenwerking verloopt nu weer goed. Ook van de medewerkers horen we terug dat ze tevreden zijn met de nieuw ingeslagen weg.

Er is hard gewerkt om een Hilversum-pas te ontwikkelen. Alles is klaar voor de aftrap. De gemeenteraad werd gevraagd een kleine subsidie toe te kennen maar had daarbij zoveel vragen en voorwaarden dat het de initiatiefnemers van de pas bijna onmogelijk werd gemaakt  de pas te realiseren. Deze pas, die bedoeld is voor alle Hilversummers maar vooral voor mensen met een laag inkomen, kan dit jaar nog gerealiseerd worden.

Onze wethouder is hét sociale gezicht van dit college. Wij respecteren hem voor de moed en de bedachtzame manier waarop hij zijn wethouderschap uitoefent. Iedereen erkent ook dat hij hart heeft voor de zaak. Ook gegeven de complexiteit van zijn dossiers en de positieve resultaten die nu zichtbaar worden, is het voor het bestuur van Hilversum noodzakelijk dat hij zijn werk in dit college kan afmaken. Wij staan dan ook 100% achter onze wethouder.

Motie van wantrouwen tegen wethouder Klamer

wo 7 jun 2017, 21:33    Politiek

HILVERSUM – Hart voor Hilversum en Leefbaar Hilversum hebben zojuist tijdens de gemeenteraadsvergadering een motie van wantrouwen ingediend tegen SP-wethouder Arjo Klamer. Wat de twee oppositiepartijen betreft, verricht de bewindsman geen goed werk en was het tijd om het vertrouwen in hem op te zeggen.

Fractievoorzitter Karin Walters van Hart voor Hilversum las woensdagavond de motie op. Hierin hebben Hart voor Hilversum en Leefbaar Hilversum een lange lijst opgesteld over het niet (goed) functioneren van de wethouder. “Hij blijft regelmatig fors in gebreken”, aldus Karin Walters tijdens de raadsvergadering.

Nevenfuncties
Zo vindt de fractie dat Klamer keer op keer bewijst tijdens commissievergaderingen dat hij geen goede dossierkennis heeft, vragen van raads- en commissieleden steeds onbevredigend beantwoordt, dat hij plannen niet of nauwelijks oppakt en dat hij drie nevenfuncties verzwegen zou hebben. Tevens zoomde Walters in op specifieke portefeuilles van hem, zoals Participatie, Sociale Zaken en Welzijn.

SP Hilversum op bres voor Wethouder Klamer

Henk Runhaar 23 mei 2017

De SP-fractie in Hilversum komt dinsdag met een steunbetuiging aan de eigen wethouder Arjo Klamer. Die ligt sinds vorige week zwaar onder vuur in de Hilversumse politiek. Hem wordt onder meer verweten dat bij falen, zoals de malaise bij Versa Welzijn, altijd de schuld geeft aan anderen.

Onder de kop ’SP trots op haar wethouder!’ komt Klamers achterban met een opsomming van zijn verdiensten. ,,De weinig concrete en insinuerende kritiek vanuit de gemeenteraad doet hem en de SP onrecht.’’

Volgens de collegepartij heeft Klamer zijn zaakjes wel degelijk goed voor elkaar. ,,Net als iedereen in de Hilversumse politiek heeft onze wethouder grote zorgen dat de gemeente Hilversum veel geld uitgeeft aan uitkeringen. Dat terwijl juist deze wethouder onderzoek heeft laten doen naar het Sociaal Plein en de mogelijkheden om de kosten te reduceren. Het bevreemdt ons enorm dat juist deze wethouder te weinig zelfkritiek wordt verweten nadat hij onderzoek heeft gedaan naar zijn eigen dienst en de moed heeft gehad de resultaten daarvan openbaar te maken.’’

Naar aanleiding van dit onderzoek nam de wethouder ingrijpende maatregelen, stelt de SP. ,,In overleg met wethouder Van der Want (D66) is de gemeenteraad voorgesteld 3,3 miljoen euro vrij te maken voor de noodzakelijke verbeteringen. Ook zorgt hij ervoor dat mensen die werkeloos worden niet in de bijstand terecht komen maar meteen begeleid worden naar werk. Hij zet erop in dat dit werk passend en duurzaam is. De positieve effecten, namelijk lagere instroom en hogere uitstroom, zijn inmiddels zichtbaar.’’

Klamer maakt zich bovendien sterk voor Tomin, die organisatie waar mensen werken ’met een afstand tot de arbeidsmarkt’, probeert hij voor een sterfhuisconstructie te behoeden, stelt de fractie. ,,Hij ondervond daarbij veel weerstand in de regio. Het beleidsplan dat door onze wethouder en op aangeven van de Hilversumse raad is ontwikkeld werd daar in april onderuit gehaald zonder dat een alternatief plan werd geboden. Onze wethouder heeft het initiatief in de ontwikkeling van het alternatieve plan. Hij zal, zoals hij gewoon is te doen, de Hilversumse raad hierbij betrekken.’’

Een ander mooi initiatief van ’onze wethouder’ is volgens de partij de oprichting van de coöperatie Productief Leren. ,,Die staat ten dienste van leerlingen die in het regulier onderwijs niet meer terecht kunnen. Deze jongeren kunnen hierdoor op de arbeidsmarkt met een diploma starten.’’

Ook wordt gewezen op ’Sterke Buurten’, een programma waarin Klamer samen optrekt met wethouder Wimar Jaeger (D66). ,,Ingrijpende en positieve plannen voor Hilversum. Het hele welzijn werd onder de loep genomen en dat had ook gevolgen voor Versa welzijn. Nadat er meerdere signalen kwamen van bewoners en professionals dat afspraken niet werden nagekomen stapte onze wethouder naar hun raad van toezicht. Deze bleek al zelfstandig tot dezelfde conclusie gekomen en heeft de directeur vervangen. De samenwerking verloopt nu weer goed. Ook van de medewerkers horen we terug dat ze tevreden zijn met de nieuw ingeslagen weg.’’

Gezicht

De nog altijd niet gerealiseerde Hilversum-pas, Klamers verantwoordelijkheid, komt ook weer voorbij. ,,Alles is klaar voor de aftrap. De gemeenteraad werd gevraagd een kleine subsidie toe te kennen maar had daarbij zoveel vragen en voorwaarden dat het de initiatiefnemers van de pas bijna onmogelijk werd gemaakt de pas te realiseren. Deze pas, die bedoeld is voor alle Hilversummers maar vooral voor mensen met een laag inkomen, kan dit jaar nog gerealiseerd worden.’’

Klamer is volgens zijn partij ’hét sociale gezicht van dit college’. ,,Wij respecteren hem voor de moed en de bedachtzame manier waarop hij zijn wethouderschap uitoefent. Iedereen erkent ook dat hij hart heeft voor de zaak. Ook gegeven de complexiteit van zijn dossiers en de positieve resultaten die nu zichtbaar worden, is het voor het bestuur van Hilversum noodzakelijk dat hij zijn werk in dit college kan afmaken. Wij staan 100% achter onze wethouder.’’

De ambities van SP wethouder Arjo Klamer

Sinds 7 mei 2014 is Arjo Klamer voor de SP wethouder Sociale Zaken en Participatie in Hilversum. Hij heeft ook Arbeidsmarkt en Werkgelegenheid en Beroepsonderwijs in zijn portefeuille en is 2de wethouder wijkzaken. Hij werd de politiek en het Hilversums college ingezogen, zoals hij het zelf noemt.  Hij blijft doceren aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam, waar hij hoogleraar culturele economie is. Klamer heeft verschillende boeken geschreven, publiceert wetenschappelijke artikelen en schrijft geregeld artikelen in diverse dagbladen. Zijn meest recente boek is ‘De euro valt! En wat dan?’

Over Arjo Klamer
‘Ik ben opgegroeid in Hilversum en woon hier sinds 1994 weer. Mijn vader was dominee en radiopastor. Hij is al 26 jaar dood maar mensen spreken mij nog steeds over hem aan, zoals de burgemeester nog onlangs. Van huis uit ben ik sociaaldemocraat. Ik studeerde in de jaren zeventig, toen er veel interesse was voor het communisme en Marx. Ik sympathiseerde daarmee maar hield me verre van ideologische opvattingen, in tegenstelling tot mijn broer.’

Klamer doceerde zeventien jaar economie aan verschillende universiteiten in de Verenigde Staten, waar hij zich altijd associeerde met alternatieve bewegingen.

‘Die zijn daar radicaler en vooral alternatiever dan hier. Er zijn bijvoorbeeld coöperatieve winkels waar je lid van kunt worden en waar je als vrijwilliger korting krijgt op allemaal goede spullen die maatschappelijk verantwoord zijn geproduceerd. In Washington was ik lid van een kerk waar ’s middags gekookt werd voor daklozen. Ik had op die manier meer contact met de kwetsbare kant van de samenleving en kon verantwoordelijkheid nemen. Dat deed wel wat met me. Ik zag dat armoede pijn doet. Jan Marijnissen kwam me daar opzoeken. Ik had toen wat argwaan tegenover de SP, maar vond hem direct een geschikte vent met wie het goed praten is. Hij zei precies wat ik dacht, namelijk dat mensen niet alleen rechten hebben maar ook verantwoordelijkheden. Later, toen hij terugtrad, ben ik het gesprek met Emile Roemer en anderen aangegaan over allerlei economische issues, zoals de euro.’

En het lidmaatschap van de SP?
‘Ik ben al lang maatschappelijk en sociaal betrokken, doe mee met allerlei discussiegroepen met economen en spreek mensen van tal van partijen. De SP spreekt me aan omdat ze voor sociale en democratische waarden staat, mijn standpunten ten aanzien van Europa verwoordt, consistent opkomt voor de kwetsbare medemens, en mensen politiek activeert. Als wetenschapper had ik de neiging om geen verbintenis met een partij aan te gaan, maar vorig jaar besloot ik toch lid van de SP te worden, ook al sta ik er daarmee gekleurd op. Bianca Verweij van de Hilversumse SP was er snel bij om me te vragen mee te werken aan het verkiezingsprogramma en later of ik mee wilde doen aan de collegeonderhandelingen. Wethouder worden was niet mijn ambitie, het ging mijn voorstellingsvermogen te boven. In het begin woonde ik de onderhandelingen met ernstig voorbehoud bij, maar tot mijn eigen verrassing vond ik het best leuk om mee te doen. Het ging ergens over. Zo werd ik erin gezogen. Ik heb altijd als wetenschapper gewerkt, praatte wel veel over politiek maar bedreef het nooit. Het voelde alsof ik in het diepe sprong.’

Politiek een eyeopener
De politiek was voor Klamer een eyeopener. Hij vond de materie ingewikkeld en het kostte hem moeite er grip op te krijgen. Hij ziet hoeveel werk politiek vergt en hoe lastig het kan zijn, en ook dat de kracht van politiek mede in de lokale afdelingen ligt. Dat heeft hem geraakt. Daarom wil hij tegenover de mensen die afwijzend en argwanend tegenover politiek en gemeenteraad staan graag een lans breken voor de raadsleden, voor wat ze naast hun gewone werk allemaal doen en voor hoe ze zich inzetten voor wat ze denken dat beter kan. Daar heeft hij grote waardering voor ontwikkeld. Ook is hij blij met zijn eigen portefeuille.

‘Mijn vrouw vond het eerst maar helemaal niks dat ik wethouder werd. Maar ze ziet dat het mij goed doet en wordt er nu wel vrolijk van. Ik kom met verhalen over echte mensen thuis, over zaken die ertoe doen. Of de combinatie hoogleraar en wethouder een gelukkige is, zal moeten blijken. Intellectueel heb ik dat andere deel nodig. Colleges geven is hartstikke leuk. Dat wil ik niet missen en ik heb veertien  promovendi. Die ga ik niet in de steek laten. Ik ga kijken of ik mijn ideeën uit de wetenschap hier kan realiseren. Het grootste probleem in de samenleving is niet dat er te weinig geld is maar dat er te veel nadruk ligt op de markt en de overheid en te weinig op wat we sociaal met elkaar doen. De kracht ligt toch in wat mensen samen opzetten in de maatschappij, zoals sportclubs, verenigingen, actiegroepen, coöperatieven en zo. De afgelopen decennia heeft de samenleving onder druk gestaan vanwege de overheersende markt en dominante overheid. Daar zijn mensen niet gelukkig mee, zoals blijkt uit het onbehagen en het geklaag over gebrek aan solidariteit.’

Hoe wilt u het beleid bij de afdeling Werk, Inkomen en Zorg gaan vormgeven?
‘Op de eerste plaats houden we op met praten over klanten. Burgers, inwoners zijn geen klanten, ze betalen nergens voor. Bij WIZ komen mensen met een hulpvraag. Wat ik heel belangrijk vind – en dat is al ingezet door mijn voorganger Jan Rensen – is dat we als gemeente mensen persoonlijk benaderen. Het contact tussen de hulpvrager en de medewerker van de gemeente is een zwaarwegend contact dat wij als gemeente persoonlijk willen aangaan. Het gaat niet meer over de enkele vraag: ik heb geen werk, mag ik een uitkering, of: ik heb een kind met een probleem. We gaan kijken wat er achter de hulpvraag schuilt. Misschien ligt daar wel iets heel anders, een schuld, of een psychisch probleem. De medewerker bij de gemeente gaat dat onderzoeken om te kijken wat wij als gemeente kunnen doen. Dat betekent dat we de schotten weghalen tussen de zorg, re-integratie en participatie. We willen ook weten wat belangrijk is voor de inwoner met een hulpvraag en wat hij of zij kan bijdragen aan de oplossing van het probleem. Het moet een relatie met wederkerigheid zijn.’

Wat wilt u doen aan werkgelegenheid en participatie?
‘We moeten naar originele oplossingen zoeken, op een andere manier werk organiseren. Dat is lastig, want betaald werk moet niet verdrongen worden. Maar er is veel werk mogelijk dat niet perse betaald hoeft te zijn, maar wel iets toevoegt. De vraag is hoe we dat gaan organiseren. Zelf zoek ik het in de vorm van een coöperatie waar mensen lid van kunnen worden die in de bijstand zitten, of werkeloos zijn, of net gepensioneerd en nog wat willen doen. Mensen die geen kans krijgen op betaald werk omdat daar te weinig van is. Zo’n coöperatie zou kunnen gaan werken met wat ik sociaal geld noem, credits voor verleende diensten die gebruikt kunnen worden voor andere diensten of maatschappelijke producten. In Duitsland en Japan heb je al dergelijke experimenten en ook in Amsterdam zijn ze er mee bezig. De gemeente kan dat evenwel niet organiseren, burgers moeten daarvoor het initiatief nemen, maar de gemeente kan wel participeren en stimuleren. Je kunt daar bijvoorbeeld een goede website voor organiseren, waarop huishoudens en bedrijven kunnen intekenen. Sommige klussen worden dan rechtstreeks betaald, andere kunnen via het sociale geld verrekend worden. Er zijn al initiatieven, zoals een club die buurthulp organiseert. Er is in Hilversum genoeg te doen. Ik wil kijken of we wat kunnen pionieren. En we moeten er ook voor zorgen dat de Tomingroep levensvatbaar blijft, want die groep doet goed werk met mensen die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben, zoals dat hier heet.’

Decentralisaties een aardverschuiving
De overgang van rijksoverheidstaken naar de gemeenten vindt Klamer een aardverschuiving. Dat de landelijke overheid nogal wat taken op het bord van de gemeente schuift heeft bij de SP veel verzet opgeroepen. De partij vindt dat het veel te snel is gebeurd.

‘Het is wel gek dat ik als SP-wethouder landelijk beleid moet gaan uitvoeren dat niet door mijn partij wordt gesteund en ik moet bewijzen dat het wel kan. Daar ga ik wel ontzettend mijn best voor doen. Ik heb er fiducie in dat we het gaan redden met elkaar.’ 

‘Mijn maatschappelijke visie is dat er een structuurverandering gaande is. Er zijn tekenen van wat we een andere economie noemen. Als je bedenkt hoeveel spullen we weggooien! We kunnen er zoveel aan doen om dingen meer te laten circuleren. Het is idioot dat we de zaak aan de gang houden door onzinnige dingen te produceren. Het doel zou de ontwikkeling van kwaliteiten moeten zijn in plaats van de toename van kwantiteiten. De vraag is hoe je culturele economie kunt vertalen naar gemeentelijk niveau. Dat is waar ik graag mijn bijdrage aan wil leveren.’

Dit interview werd gepubliceerd in het nieuwsbulletin van Sociale zaken, Werkplein nr3, 2014

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten