Een crisis vraagt om hervormingen. Het opgeven van de euro is een begin.
Friday, November 11th, 2011Maarten Schinkel, journalist van de NRC, meldde het gisteren in de Wereld Draait Door: het praten over het einde van de euro is nu in de discourse. Politici en hun adviseurs praten erover en durven er dus ook over te denken. Merkel zinspeelde erop, commentatoren schrijven erover. Terwijl tot een ongeveer een week geleden zelfs het einde van de euro ondenkbaar leek, en dus ook onbespreekbaar. Maakte ik een opmerking in die richting, dan werd bij wijze van spreken mijn microfoon uitgeschakeld, of een collega merkte gedecideerd op dat het einde van de euro een ramp zou zijn. En daarmee basta.
Het feit dat er nu gepraat wordt over de euro geeft aan dat we te maken hebben met een echte crisis. Tot een week geleden probeerden de politici de problemen op te lossen met min of meer conventionele oplossingen. Radicale ingrepen bleven uit, radicale hervormingen ook. Meer toezicht hier, hogere kapitaaleisen voor banken daar en klaar zou kees zijn. Maar het begint er steeds meer op te lijken dat de eurolanden het niet gaan redden. Nu de schuldenberg van Italie begint te schuiven is er geen houden meer aan. Daar heeft ook de Europese Centrale Bank de middelen niet voor.
Er is sprake van een crisis wanneer er iets fundamenteels niet klopt, wanneer we tegen een fout in het systeem aanlopen. Een crisis vraagt om een systemische ingreep. De crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw werd overwonnen met systemische veranderingen zoals controle op het bankwezen, deposito garanties, de invoering van sociale voorzieningen, centrale planning, meting van de economie met het BBP, management systemen en vakbonden. Van dergelijke ingrepen is tot nu toe nog geen sprake geweest (met uitzondering van de revolutie in de cultuursector.)
Het opgeven van de euro zou een begin kunnen zijn van hoognoodzakelijke hervormingen. In de chaos die erop volgt—met vallende banken, vallende politici, verwarde burgers, wanhopige beleggers, en radeloze wetenschappers—zal iets gaan gebeuren. Het besef dat we zo niet door kunnen gaan zal groot worden, zo groot dat men open staat voor een ander denken. En als dat denken gaat in de richting van het denken over duurzaamheid, over de kwaliteiten van een goede samenleving, over zinvol werk, over het belang van creativiteit en diversiteit in het werk en in de samenleving, zou wel eens kunnen blijken dat de crisis ergens goed voor was. Zoals de crisis van de jaren dertig dat ook was.
Arjo Klamer is hoogleraar culturele economie en lid van het sustainable finance lab.