Dienst in de kerk van westernieland

Date:zondag 4 september 2005
Category:Sermons and lectures

by Arjo Klamer
4 september, 2005

(Dit is de kerk waar mijn vader stond van 1949 tot 1953, mijn geboortejaar. Ik werd 6 september in deze kerk gedoopt en was er niet terug geweest tot vorig jaar toen mijn moeder 80 werd. Dus dit is de derde keer dat ik de kerk kom)

Liederen:
– Gezang 415
– Gezang 444
– Gezang 304
– Gezang 434
– Gezang 457.

Lezingen uit:
– Genesis 22: 1-14
– Johannes 15: 1-18

Preek

Stel je eens voor dat je in gesprek kan met de geest van je vader, alsof hij nog in leven was. Zou dat niet bijzonder zijn? He pa, wat vind je ervan? Heb je

nog een woord voor ons hier in dit kerkje van je? Ger Thijs maakte een toneelstuk van dat gegeven. Beneden de Rivieren heet dat stuk. Het Toneel Speelt, van mijn broer Ronald, speelde het. In het stuk verloopt het gesprek tussen de zoon en zijn overleden vader moeizaam. Verwijten gaan over en weer. En ook al is de wederzijdse genegenheid groot, ze vinden elkaar niet en gaan na afloop van het stuk ieder zijn weg. Het probleem is, althans zo begreep ik het, de grote afwezige. Dat is de moeder, de vrouw. Ze verschijnt niet op het toneel maar voortdurend voel je haar nadrukkelijke aanwezigheid in het gesprek tussen de vader en zoon. Zoon zegt haar zoveel beter te begrijpen dan vader. Langzaam wordt duidelijk dat de zoon bezit had genomen van zijn moeder-toch wel een bekend gegeven in de literatuur en de alledaagse werkelijkheid–en was daardoor tussen zijn vader en zijn moeder in komen te staan. Daardoor klopte hun verhouding niet meer. De zoon was te groot geworden. De vader had geen plek meer. Waarom bindt de zoon niet in? vroeg ik me steeds gedurende het stuk. Wees toch niet zo arrogant, dacht ik mee. Maar nee, de zoon gaf geen krimp en enigszins gefrustreerd verliet ik de zaal.

Het is een goed stuk want het maakte gesprekken los over vader-zoon relaties. Iedere man heeft zo zijn verhaal. De acteur in het stuk had zelf een vreselijk verhaal. Althans dat vond ik. Hij speelde de vader maar identificeerde zich met de zoon. Over zijn eigen vader kon hij weinig goeds bedenken. Je zag hem gruwen. Ik vroeg hem of hij zijn hoofd voor zijn vader kon buigen. Hij keek mij verbijsterd aan. Geen sprake van. Hij moest er niet aan denken.

Daarmee drukt hij een overheersend gevoel uit in deze samenleving. Het grote verzet tegen de vaders gedurende de jaren zestig heeft geleid tot een ontkenning van het belang van de vader. De vader stond immers voor autoritair gedoe, voor de opgeheven vinger, voor de harde aanpak, voor de harteloze ratio en daar waren we niet van gediend. De vader kwam in het verdomhoekje. De moeder nam zijn plaats in. De overheid kwam voor een verzorgingsstaat te staan. U herinnert zich de PvdA leider Joop den Uyl nog wel. Hij wilde klaar staan voor een ieder die hulp nodig had. Hij wilde dat de staat zorg droeg, en dus een verzorgingsstaat was. Hij werd de archetypische moeder van deze samenleving.

Inmiddels is het besef doorgedrongen dat de moeder ook te dominant kan zijn. Te veel mensen maken misbruik van de verzorging van de staat. Te veel mensen ontsporen. Mensen raken verwend, klagen snel als hen iets niet zint, en geven de overheid de schuld. Het is net als thuis. Kinderen die in de watten gelegd zijn, hebben de grootste moeite zich sterk te maken in de buitenwereld, en zijn vaak niet opgewassen tegen de weerstand die ze daar ontmoeten. Het liefst kruipen ze weer weg in de warmte van de moederschoot en als dat niet kan, zoeken ze het bij de overheid als substituut. Was teveel vader niet goed, teveel moeder is dat ook niet.

Het doet denken aan verhaal van de jonge manlijke olifantjes die het wel erg bont maakten in een wildpark in Zuid Afrika. Ze trokken bomen omver, vielen andere beesten aan, en maakten kapot wat ze konden. De opzichters hadden al besloten er met hun geweren een einde aan te maken totdat één van hen opmerkte dat er geen volwassen mannetjes in de kudde waren. Ze besloten bij wijze van experiment een volwassen mannetje in de kudde te plaatsen. Het probleem was direct over. Blijkbaar hadden de jonge mannetjes een vader figuur nodig om zich behoorlijk te gedragen. Het zijn net mensen. Want wat doen wij zonder vaders? In Nederland zijn we dan ook druk doende de vader terug te vinden en in ere te herstellen. De premier moet nu vooral vaderlijk over komen, dus autoritair, met de opgeven vinger, en streng. Of dat lukt is een tweede.

De vader-zoon relatie is een overheersend thema in de bijbel. Ons boek heeft eigenlijk opvallend weinig te zeggen over de relatie tussen man en vrouw, of die tussen moeder en kind, of die tussen vader en dochter. Het is God de Vader die wij eren en loven. Het is God die Zijn Zoon heeft gezonden en het is de Zoon die Zijn Vader smeekt de beker aan hem voorbij te laten gaan. Het is de God van Adam die in de 930 jaar die hij leefde zonen en dochters kreeg, maar alleen de zonen bij naam. (Wat leefden die mensen toch lang! Daar is de 115 jaar van onze niks bij vergeleken.) De zonen kregen zonen die weer zonen kregen en zo komen we uit op Noach en zijn zonen. Uit die lijn kwam Abraham voort en met hem ging God een verbond aan. Ook al waren Abraham en zijn vrouw op leeftijd en kinderloos, God beloofde Abraham zoveel nakomelingen als de sterren in de hemel. En zo geschiedde, Sara baarde Isaak, een zoon.

En toen stelde God Abraham op de proef. Hij gaf Abraham de opdracht zijn zoon te offeren. Hij deed als God hem opgedragen had, nam zijn zoon mee naar de berg die God hem gewezen had, maakte een altaar en bond Isaak, zijn enige zoon erop vast. Stelt u zich dat eens voor? Dit kan toch niet? Welke vader doet dat? Welke vader doodt zijn zoon? En welke vader geeft daartoe de opdracht? Mensen die toch al niet veel van de bijbel willen hebben, keren zich in afkeer af als ze over dit verhaal horen. Onze God die dit vraagt is een vreselijke God. Hij kan geen God zijn. Dit is wreed. Niets is erger dan een kind te verliezen. En dan een eigen, een enig kind doden?

In de tijd waarin dit geschreven is, was het offeren van de eigen kinderen nog een gebruik. In dat licht leest dit verhaal eerder als een kritiek op dat gebruik omdat het duidelijk maakt dat God tevreden is met een ander offer, dat van een ram, of een lam. En laten we wel wezen. Zo vreemd is het offeren van zonen ook weer niet. Want wat anders doen zelfs de meest beschaafde landen wanneer ze hun zonen offeren om de democratie elders te vestigen of de eer van het land te verdedigen?

Maar goed, voor ons gaat dit verhaal eerder over het brengen van offers. Het geloof komt niet zomaar, het verbond met God wordt ons niet in de schoot geworpen. Daar zijn offers voor nodig. We zullen moeten laten zien wat wij over hebben voor ons geloof. Offer is een mooi begrip. Je kan het vandaag bijna niet meer hanteren. Want we hebben eerder recht op van alles en nog wat. Voor wat hoort wat. Maar een offer brengen. . . Nee, dat is zo calvinistisch. Alsof we geen offers brengen voor onze relaties, voor onze kinderen, onze ouders, voor de kunst, en voor de kerk. Niets goeds zonder een offer.

Het verhaal van Genesis 22 gaat ook over het ontzag van de zoon voor de vader. De vader wil weten dat de zoon bereid is voor hem door het stof te gaan en het ultieme offer te brengen. Het gaat over de zoon die geacht wordt te buigen voor zijn vader, hoe hardvochtig en onmogelijk deze ook is. Het is een buiging die voor de hedendaagse Nederlandse zoon welhaast ondenkbaar is. Vaders zijn nu bijna per definitie ouderwets; ze begrijpen er toch niets van, zijn vooral afwezig, zo niet fysiek dan wel geestelijk, en wil de vader nog een goede kerel zijn, dan wil hij zelf niet dat zijn zoon ontzag heeft. Kom op joh, ik heb ook mijn fouten, jij moet jouw weg gaan.

En toch hebben we die vader nodig. Ik heb mijn vader nodig. Het is in dat besef dat ik hier sta.

Ook het nieuwe testament leest als een verhaal over een Zoon en Zijn Vader. Steeds maar weer verwijst Jezus naar zijn Vader. Zou ik zo vaak over mijn vader spreken als Jezus dat deed, dan zou u zich ongetwijfeld afvragen of ik zelf nog wel een eigen stem heb, op eigen benen sta. Het zou u wellicht gaan irriteren. Ik mag mijn vader dan eren, ik moet er vooral niet mee te koop lopen. Jezus doet dat wel. Hij worstelt ook met Zijn Vader. Op het moment van de waarheid, daar in de tuin van Ghetsemane, komt hij nog in opstand tegen zijn vader, en vraagt Hem de beker aan Hem voorbij te laten gaan. Uiteindelijk schikt Hij zich naar de wil van Zijn Vader en brengt het ultieme offer. God offert Zijn eigen Zoon. Voor ons.

Ik zou hier kunnen eindigen. Maar iets klopt hier niet. We mogen dan wel weer hunkeren naar die vader en ons laten inspireren door het thema van de vader-zoon relatie, we zouden intussen wel beter moeten weten. Want waar blijft de Moeder? De Moeder die zorgt, die het kind lief heeft wat het ook doet? Het is immers de Moeder die ons voedt, ons in de armen neemt wanneer we het niet meer weten? U en ik, we hebben allemaal toch die Moeder nodig?

Dan kom ik bij Johannes 15. “Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen.” Is dat misschien het beeld van de moeder? De gewaarwording dat God in ons is en dat niet alleen de vrouwen onder ons maar ook de mannen vrucht kunnen dragen? Hier komt Jezus met de boodschap van de liefde. De lieverd zou ik haast zeggen. “Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft lief gehad. Blijf in mijn liefde.” Zo mooi. Wordt u ook niet warm van die woorden. “Dit draag ik jullie op: heb elkaar lief.”

Ook hier spreekt de Vader. Door zijn Zoon. Het zijn wel de woorden van de liefde, de gevoelens die we eerder met de Moeder identificeren. En het gaat niet om de liefde die zich bepaalt tot een specifieke ander, de vrouw, de man, de zoon, de dochter, nee het gaat over de liefde voor elkaar, dus ook voor u en voor al de mensen buiten, voor de mensen die hopeloos verloren zijn in New Orleans, voor de mensen van wie bijna niet te houden is. Die Vader die is belangrijk voor ons. Die Moeder is dat ook. Maar uiteindelijk vertelt dit woord ons dat het om iets veel groters gaat, over iets veel machtigers. Uiteindelijk gaat het over de liefde die alles overheerst, over de liefde voor alles wat leeft.

En pa, dat vind jij toch ook?

Amen

Questions about publications?Contact us!

When you have questions about our publications,
please take contact

Go to the contactpage!

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten