Werk, werk en nog eens werk. Dat is de slogan die politici ons voorhouden. Alles draait om werk. De werkloosheid moet omlaag. Bijstandsmoeders en wao-ers moeten aan het werk, want dat is goed voor hen. Goed voor het inkomen dat ze er mee verdienen? Goed voor de nationale productie? Of is er meer. Vandaag wil ik met u stil staan bij de vraag hoe geloven en werken samen kunnen gaan.
- Psalm 112
- Lezing: Mattheus 25:14-30 De gelijkenis van de talenten
- GvL 428 (De wijze woorden en het groot vertoon)
De laatste rector magnificus van de universiteit waaraan ik werk was en is nog steeds een gelovig man. Dat was opmerkelijk en dat niet alleen omdat het niet de Vrije Universiteit is. Het was mede opmerkelijk omdat hij zijn geloof niet onder stoelen en banken stopte zoals dat gebruikelijk is in wetenschappelijke kringen. Van de meeste collega's weet ik niet of ze gelovig zijn, of ze geregeld naar de kerk gaan. Het geloof meng je niet met het werk. Het geloof is persoonlijk. Niet voor deze rector. Het was duidelijk dat hij zijn werk probeerde te doen vanuit zijn geloof. Dat was uitzonderlijk. Dat vond ik inspirerend.
Werken lijkt zo aards, zo zwaar ook. Zegt iemand dat hij aan het werk is, dan hoor je de zucht. Was het maar vakantie, was het maar weekend. Vrij zijn van werk: daar werk je voor, niet toch? Het lijkt alsof God het zo bedoeld had. Zodra de mens van de vrucht van het kwaad had gegeten, veroordeelde God hem "om in het zweet uws aanschijns brood te eten." De mens zou moeten werken om zijn brood te verdienen. Werk was een last waar de mens het liefst zonder zou willen. Gelukkig had God de mens goed uitgerust, zo goed dat de mens van alles en nog wat kon bedenken om werk te besparen. Eerst bedacht hij betere gewassen, toen ontwikkelde hij machines en nu werkt hij met computers. En zie: nog maar een paar percent van de mensen is nodig om te zorgen dat iedereen te eten heeft, en steeds minder mensen hoeven met hun handen te werken om iedereen te voorzien met de benodigde spullen. Dankzij haar vindingrijkheid heeft de mens zoveel werk bespaard dat hij dichtbij de paradijselijke situatie is waaruit God hem zo meedogenloos verbande. En zie, ondanks alles blijft de mens maar werken, steeds een beetje meer zelfs. Alles draait om werk. Werkloosheid is het moderne kwaad. Zijn we dan zozeer in de ban van het werk dat we niet zonder durven leven? Werk, werk en nog eens werk. Dat was toch niet de bedoeling.
Blijkbaar ontlenen mensen veel aan hun werk. Ze verdienen er niet alleen hun inkomen mee, maar ook hun status en zelf-respect. Verliezen mensen hun baan, dan zijn ze meer kwijt dan hun werk. Werkloze mensen hebben het vaak moeilijk. Je bent pas wat als je werkt, tegen betaling wel te verstaan. Zo werkt onze samenleving nu eenmaal. Toch is dat merkwaardig. Alsof het-onbetaald--runnen van een huishouding en het opvoeden van kinderen geen werk zou zijn. Probeer het maar eens. Vergeleken met dat werk, vind ik mijn goedbetaalde baan een makkie. En waarom zouden bezigheden in de buurt, het bezoeken van zieken geen werk zijn?
Het loon naar werken is een moderne uitvinding die vooral bedoeld is als een verdelingsmechanisme. Doordat u meer verdient, kunt u zich meer toe-eigenen van wat geproduceerd wordt. Daarbij is de beloning een prikkel. Wil mijn baas dat ik meer werk doe waar ik eigenlijk geen trek in heb, dan zal hij mij daar extra voor moeten belonen. We zeggen in dat geval dat de motivatie extrinsiek is: ik doe het alleen als ik een externe prikkel krijg, zoals extra geld, of misschien een stevige schouderklop.
Klopt dat wel? Willen we wel zo werken? Klopt dat met wat we geloven? Laten we eens kijken naar de gelijkenis van de talenten. De meester gaf ene slaaf "vijf talenten, een ander twee, een derde één, een ieder naar zijn bekwaamheid" Hoort u: een ieder naar zijn bekwaamheid. De meest bekwame krijgt de meeste talenten van de Heer, de minst bekwame de minste. De meest bekwame gebruikt zijn talenten goed en weet ze te verdubbelen tegen de tijd dat de meester terugkeert. Hij heeft goed gedaan in de ogen van de heer. Zo ook de tweede want ook hij heeft zijn talenten weten te verdubbelen. Alleen de minst bekwame is hopeloos tekort geschoten want bevangen door angst, heeft hij geen gebruik gemaakt van de weinige talenten die hem waren toebedeeld.
En dan komt deze raadselachtige passage die schriftgeleerden tot op de dag van vandaag bezighoudt: "Want aan een ieder die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar we niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden." Ze is raadselachtig want was het ook niet zo dat de laatsten de eersten zullen zijn en was het niet moeilijker voor een rijk mens de hemel binnen te komen dan het is voor een kameel door het oog van de naald te gaan? In de werkelijkheid van alledag is ze evenwel niet zo raadselachtig, want zo werkt het echt. Kijk maar, Pavarotti, de buitengewoon getalenteerde operazanger krijgt alle aandacht. De kans is groot dat u alleen zijn naam erkent en niet van al die andere operazangers die bijna net zo talentvol zijn als hij. Bij ons onder economen werkt het niet anders. Slechts een enkeling wordt beroemd en krijgt dan een onevenredige hoeveelheid aandacht terwijl de meeste vrijwel geen aandacht krijgen voor hun ideeën. Zo gaat het. Dat is oneerlijk, zult u zeggen. Gelijk heeft u. Maar dat is niet de werkelijk waar deze gelijkenis op doelt.
Het gaat om de talenten die u en ik hebben, en om onze best te doen. De gelijkenis wil zeggen dat iedereen talenten heeft. Ik heb een talent voor de wetenschap, voor het schrijven. Het is mijn opdracht om die talenten zo goed als mogelijk te benutten. Voor praktische bezigheden heb ik daarentegen weinig talent. Een lamp die vast zit, bezorgt me al veel kopzorgen. Onder een motorkap durf ik niet eens te kijken. Gelukkig dat anderen talenten in die richting hebben. Dat zij die dan ook benutten. Want zij die hebben zullen ontvangen, tenminste als ze hun best doen met wat ze hebben. Bent u goed in loodgieten, of in het omgaan met kinderen, het leidinggeven, doe dat dan, en doe dat dan zo goed als u kan. "Aan u zal gegeven worden en u zal overvloedig hebben". Dat is wat de gelijkenis ons op het hart drukt.
Dat is ook wat ik een nicht op het hart wilde drukken toen ze onlangs 18 jaar werd. "Kind, je bent gezegend met je talenten. Maak er gebruik van."
Soms ontlenen mensen aan hun geloof de opdracht om goede werken te doen. Ze willen dan voor mensen zorgen, het ontwikkelingswerk in, dominee worden misschien, of verpleegster. Als dat hun talent in die bezigheden, laten ze dat vooral doen. Maar het kan niet de bedoeling zijn dat een ieder die gelovig is dergelijke goede werken verricht. Zou dat gebeuren dan zou er geen eten meer zijn, dan zouden onze huizen in verval raken, de auto's kapot langs de weg blijven, en winkelcentra uitgestorven raken. Misschien is dat overigens zo gek nog niet. Maar nee, dat kan de bedoeling niet zijn. Jezus overreedde slechts een paar vissers hun netten te laten waar ze waren en Hem te volgen. De anderen liet hij rustig doorvissen.
Het geloof dicteert ons dus niet om goede werken te doen, maar wel om goed te werken. Dat wil zeggen, om te het beste te doen met de talenten die we gekregen hebben. Goed werken is altijd goed voor iets, goed voor een ander. Het klopt niet wanneer een mens werkt voor het geld alleen, voor de externe prikkel dus. Daar wordt niemand beter van, ook de persoon zelf niet. Het klopt niet dat mensen in een bedrijf alleen maar werken voor de winst van dat bedrijf. Ook mensen in een bedrijf willen hun talenten benutten om goed te doen, om iets goeds bij te dragen aan de samenleving. Maatschappelijk verantwoord ondernemen heet dat tegenwoordig. Het is het soort ondernemen dat het geloof ingeeft. Het kan en mag niet anders.
Werken vanuit het geloof is werken vanuit de inspiratie die uw talenten u geven. Dat is de roeping. Hoort u het? Ik weet het. Soms wordt het teveel. Het werk valt zwaar. Het zit u tegen. Medewerkers zitten u dwars. De concurrentie van anderen wordt te groot. Niemand heeft gezegd dat het gemakkelijk is. Het verdubbelen van uw talenten kan zwaar werk zijn. Vertel mij wat. Maar de echte voldoening komt alleen als u en ik onze best hebben gedaan. Want aan een ieder die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben.
Heer, dank u voor de talenten die u ons gegeven heeft
Dat wij ze kunnen herkennen voor wat ze waard zijn
En dat wij met ze doen waarvoor ze bedoeld zijn.
Heer, het werk valt ons soms zwaar, het zit soms zo vreselijk tegen
Help ons te geloven dat het goed voor iets is
Help ons door de moeilijke tijden heen
Geef ons moed en vertrouwen
Want daar schort het wel eens aan
Dat wij werken voor ons brood
Om ons deel te krijgen
En dat wij de wijsheid en het inzicht hebben om het goede werk van de ander op waarde te kunnen schatten
Heer ontferm u over ons
Amen
GvL 635 (=ZG V,81) (Te doen gerechtigheid)