Oost west thuis best, zeggen we. Maar waar is thuis? En wat betekent dat thuis dan? Stel u bent op reis en u wilt op gegeven moment naar huis. Weet u dan waar u naar toe wilt gaan? U hoort het al: vanochtend houden we het huiselijk.
- Psalm 133
- Lezing: Lucas 15: 11-32 De gelijkenis van de verloren zoon
- GvL 551 (Wonen overal nergens thuis)
De jongen had er, laat ik het maar duidelijk zeggen, een puinhoop van gemaakt. Hij had zijn ouders uitgescholden, van hen gestolen, bleef nachtenlang weg en toen zijn vader hem op zijn gedrag aanspraak is hij woedend de deur uitgelopen om niet meer terug te keren. Hij wilde niets meer van zijn ouders weten en liet ook niets van zich horen. Vele jaren gingen voorbij, uitbundige jaren voor hem. Toen werd hij ziek, ernstig ziek. Hij schreef aan zijn ouders: "Ik besef dat ik jullie veel pijn heb gedaan en begrijp goed als jullie niets meer met mij te doen willen hebben. Volgende week donderdag moet ik naar het ziekenhuis en kom op weg daarnaar in de trein langs jullie huis. Ik wilde jullie vragen of jullie, wanneer jullie het niet erg vinden als ik contact zoek, een witte zakdoek uit het raam willen hangen. Jullie zoon." De volgende donderdag zat de man in de trein. Hij werd zenuwachtiger naargelang hij dichter bij het huis van zijn ouders kwam. Toen de trein vlak bij was, durfde hij niet te kijken. Hij vroeg de overbuurman of hij een witte zakdoek ergens aan het huis zag hangen dat ze straks voorbij reden. "Een witte zakdoek? riep de man na een paar momenten uit, "het hele huis, het gras, alles is bedekt met witte lakens. Het is een zee van witte lakens daar. Wat heeft dat in hemelsnaam te betekenen?
Raakt u dit ook zo? Iedere keer weer wanneer ik aan dit verhaal denk of haar vertel, schiet ik vol. Wat raakt dan zo? Dat die jongen ondanks alles een thuis bleek te hebben? Dat de liefde van zijn ouders voor hem dan toch onvoorwaardelijk bleek te zijn?
Heeft u een thuis? Waar gaat u naar toe wanneer u naar huis gaat? Wat is thuis voor u?
De kunstenares wilde van geen thuis weten. Of ze nu hier in Nederland is, of in Libanon of bij de bedoeïenen in hun tenten, zo verzekerde ze me, ze is overal en nergens thuis. Ze voelt zich een nomade, iemand die steeds weer vertrekt, voortdurend op weg is, weg van wat achter haar ligt. Een aantal familieleden zaten erbij toen ze dit vertelde. Wie zullen er bij haar begrafenis zijn, vroeg ik me nog af. Die bedoeienen misschien? Of deze familieleden van wie ze zich blijkbaar los wil maken? Losmaken van: daar lijkt het steeds om te gaan in deze grenzeloze moderne tijd. Ongebonden zijn en vrij: dat lijkt een groot goed te zijn vandaag de dag. Het gaat erom je los te maken van je ouders, van je thuis, van de gemeenschap waar je in opgroeit, en dat alles om grenzen te doorbreken, vrij te zijn en ongebonden. Althans dat is de heersende gedachte. Een vrij en autonome mens: dat moeten u en ik willen zijn. Maar hoe kan dat: vrij en autonoom zijn? En is dat wel zo bijzonder en romantisch als dat voorgesteld wordt?
De verloren zoon, want dat is de man toch waar ik over vertelde, had een ongebonden leven. Zijn vrienden wisten waarschijnlijk niets over zijn ouders. Hij leefde alsof hij er geen had. Zijn vrienden waren goed genoeg. Maar in een tijd van crisis viel hij terug op een band die dieper was voor hem dan welke andere band ook; al had hij ze jaren geleden vervloekt en wilde hij toen niets meer van hen weten, nu had hij zijn ouders nodig.
Ooit hielpen psychotherapeuten hun cliënten zich los te maken van hun ouders, zich te ontdoen van ouders die hen te stevig vasthielden of die hen op een of andere manier misbruikt hadden. Ze weten inmiddels beter. Want een kind kan zich niet ontdoen van zijn ouders. Een kind wil op gegeven moment afstand nemen van de ouders om op eigen benen te staan, maar ouders blijven ouders. Vanwege die diepe band omarmt een vrouw huilend die wildvreemde man die onverwachts haar vader blijkt te zijn. Iedere keer wanneer ik dat zie, in het tv programma Spoorloos, bijvoorbeeld, word ik geraakt. Soms lopen de tranen over mijn wangen. Zo diep als dat gevoel gaat.
Oikos is Grieks voor thuis, voor de plek waar het haardvuur brandt. Onze oikos is de plek waar we ons geborgen voelen, een plek waar we leren wat zorgzaamheid, betrokkenheid en misschien wel wat liefde is. Ieder mens heeft een oikos nodig. Alles wat we doen, richt zich uiteindelijk op de oikos. Vraag de drukke zakenman en de ambitieuze politicus wat het belangrijkste is in hun leven en ze zullen in negen van de tien gevallen met enige emotie zeggen: "de kinderen" of "het gezin". Aan het graf worden we in de eerste plaats herinnerd voor wat we voor de mensen in onze oikos hebben betekend, en dat zijn voor de meeste van ons, onze kinderen, onze partners, onze ouders. Ik mag wat dan ook presteren in het dagelijks leven, wat telt is wat ik voor mijn kinderen heb gedaan. Mijn oikos komt eerst. En wanneer ik dat weer eens vergeet, herinnert mijn vrouw me daar wel aan.
Maar de oikos is meer dan wat we delen met onze ouders, onze partner, of met ons gezin. Het kan ook om een land gaan, of een buurt, of een volk, of zelfs de aarde. Ik kan me zo voorstellen dat wanneer astronauten zich klaar maken om uit de ruimte terug te keren, zij de aarde als hun oikos zien, als hun thuis.
De Cubaanse vrouw was succesrijk in haar academische carriere in de VS. Ze was net lid gemaakt van de vaste staf van de Amerikaanse universiteit waaraan ik indertijd verbonden was. Zij en ik en een aantal anderen zaten in een café om haar succes te vieren. Alleen was zij niet erg blij. Ze vroeg zich af wat ze nu moest. Ze was 38, ze was ongetrouwd en had geen kinderen. Ze dacht erover een tijdje in retraite te gaan om er achter te komen wie ze nu was. Ze had zo hard gewerkt de afgelopen jaren dat ze nooit de tijd had genomen eens goed naar zichzelf te kijken. Het leek me een goed idee dat nu eens te doen. De anderen knikten driftig mee. Alleen de theoloog in het gezelschap ging niet mee. Hij leunde wat over, keek haar warm aan en zei: "In plaats van je af te vragen 'wie ben ik?', probeer het eens met 'bij wie hoor ik?'" Het was alsof ik een slag van een moker kreeg. De vraag tolde in mijn hoofd. Hier was ik in een vreemd land, niet zonder succes in mijn werk, in het gezelschap van mensen die ik graag mocht, maar hoorde ik bij deze mensen? Waren zij mijn oikos? Wat zocht ik daar? Waarvoor was ik weggegaan?
Mijn Cubaanse collega ging enige tijd later naar Cuba, op zoek naar dat wat haar bond aan haar geboorteland. Ik ben inmiddels weer terug in mijn moederland. Dit is thuis, dit is waar ik hoor. Ik begrijp de immigranten nu maar al te goed. Ze wonen hier wel, verdienen hier hun geld, maar dit is niet hun oikos. De band met het moederland blijft diep, en dat generaties lang.
En toch. Ook in mijn oikos kan ik me verloren wanen. Hoe belangrijk mijn naasten ook voor mij zijn, en ik voor hen, ik blijf dolen, ik blijf zoeken. Heb ik het sociaal allemaal op orde, dan klopt het nog steeds niet. Wat is die diepe band dan die ik voel en niet kan benoemen? Herkent u dat? Dat gevoel van gemis?
Die verloren zoon zat goed aan de grond toen hij besefte verloren te zijn. Hij had alles verkwanseld wat hij van zijn vader gekregen had. Nu wilde hij teruggaan naar zijn oikos om te zeggen "Vader, ik heb gezondigd tegen de hemen en tegen u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten." En daar gebeurde het. "Toen hij nog veraf was, zag zijn vader hem en werd met ontferming bewogen." Ontferming: ziet u de witte lakens? Hij was en bleef de zoon, wat hij ook gedaan had. De zoon die thuis gebleven was, vond al die aandacht voor de verloren zoon oneerlijk. Hij begreep het niet. De vader liet zien hoe heilig die oikos van hem is, hoe onvervreemdbaar ook voor iedereen die haar als thuis heeft. Wat iemand ook doet om zich ervan los te rukken, los te scheuren zelfs, en hoe krachtig iemand haar bestaan ook ontkent, de vader blijft de vader en thuis blijft thuis. Dat is wat de Zoon vertelt over God, Zijn Vader. In de aardse oikos gaat van alles fout. Ouders vervreemden van hun kinderen, kinderen van hun ouders. Mensen raken ontworteld, en voelen zich ontheemd in hun nieuwe thuisland. Maar er is die oikos die boven dat alles uitstijgt, die thuis is voor een ieder die haar zoekt. Of u gelovig bent of niet, of u alleen bent of niet, of u hier geboren en getogen bent of niet: er is een huis dat een thuis is van ieder mens. Dat is wat Jezus wil vertellen met zijn gelijkenis van de verloren zoon. Althans, dat hoop ik. Want waar blijft een mens anders met het gevoel verloren te zijn in dit aardse leven?
Amen
- GvL 616 (=ZG V,79) (Hij die gesproken heeft het woord...)