Weten te geven en te ontvangen

by Arjo Klamer
NCRV: dienst zondagmorgen 9 uur op radio 747AM, Uitzending 25 Januari 2004.

Wat is een grote gift die u heeft ontvangen? En wat heeft u onlangs gegeven? Weten te geven, weten te ontvangen. Daar wil ik het vanochtend met u over hebben. Het is een kunst, dat geven. Maar het is net zo goed een kunst te kunnen ontvangen.

- Gezang 374: (1, 2, 6 en 7)
- Lezing: Zingend Geloven I&II: 84 (Als wij weer het brood gaan eten)

Overdenking

Een pakje! Het kind straalt. Het doet er niet toe dat ze al van alles en nog heeft gekregen. Dat alles is ze even vergeten nu er een pakje is, helemaal voor haar alleen. Ze rukt het papier eraf en dan . . . Een pop! Wat mooi! De moeder geniet.

De afgelopen zomer reed het gezin door de nacht van het vakantiehuisje naar huis. Het was aan de moeder de beurt om te slapen. Ze toste en draaide; ze kon maar geen positie vinden om te slapen. Waarom had ze er niet op gelet een kussen voor zichzelf te regelen? Net toen ze dat dacht, vroeg een stemmetje van achter uit de auto: Mammie, wil je een kussen. Zo maar uit het niets. Hoe kwam ze erbij? Hoe wist ze dat haar moeder naar een kussen verlangde. Haar moeder nam het kussen in dankbaarheid aan en alras sliep iedereen, behalve de chauffeur dan die zich verbaasde over een dochter die als 5 jarige al begreep wat het was om te geven.

Weet u, al jaren lang bestudeer ik de economie. Dan leer je hoe de markt werkt en hoe soms ook niet. Dan weet je dat het in de markt een kwestie van gelijk over steken is. U mag dan vriendelijk aan de slager om een flinke biefstuk vragen maar zij zou toch gek opkijken indien u na een hartelijk bedankje met de biefstuk pardoes de winkel uit zou lopen. Vertelt u later aan de politie dat u er toch zo vriendelijk om had gevraagd, dan wacht u weinig sympathie. In de markt hoort wat voor wat. Quid pro quo. In de markt heeft alles een prijs en die prijs zult u moeten betalen wilt u het goed het uwe noemen. Misschien is het u ook opgevallen, het marktdenken neemt de overhand in onze samenleving. Iedereen moet de markt op want de markt zou goed voor ons zijn. De telefoonbedrijven zijn die markt al op, straks volgen de elektriciteitsbedrijven en dan volgen de gezondheidsorganisaties en onderwijsinstellingen. Het geloof is dat die markt ons goed doet, dat het goed is om duidelijk te prijzen, direct af te rekenen, en met elkaar om te gaan op de basis van quid pro quo. Straks gaan we onze kinderen nog in rekening brengen wat wij, de ouders, voor hen hebben gedaan. En zou het ooit zover komen dat we onze partners een rekening sturen voor bewezen diensten?

In deze overheersing van het marktdenken komt het instituut van de gift in de knel. Nederlanders geven niet meer zo gemakkelijk. Ze willen wel wat geld aan een museum of een dierenpark geven, maar daar moet wel wat tegen over staan. Word je vriend van zo'n instelling dan krijg je van alles, zoals korting in de winkel en recht om op openingen te komen. Voor wat hoort wat. Net als in een markt. Dat Nederlanders nog steeds redelijk wat geven aan goede doelen, is te danken aan de postcode loterij. Blijkbaar laten ze zich alleen verleiden tot een gift als ze kans maken op de grote prijs. Een lot voor een beetje hoop. Dat je je geld net zo goed direct weg kan geven, doet er niet toe. Hoe verwaarloosbaar de kans ook is, men gaat er voor. Voor wat hoort wat. Voor zover er nog gulle gevers zijn, zijn dat vooral kerkgangers. Die weten immers beter.

Mijn vader en moeder, en dus ook ik als kind, leefden van de collecte. Wij waren geheel en al afhankelijk van giften, zoals iedere domineesgezin dat is. Ik had er nooit bij stil gestaan. Bijzonder toch wel. Ook een beetje eng om afhankelijk te zijn van de gulheid van anderen. Of niet soms?

Ik gebruik de kerk graag als voorbeeld als ik het belang van de gift voor een samenleving probeer te duiden. Want daar ben ik inmiddels wel achter. Zoals de bijbel keer op keer op duidelijk maakt, in de gift realiseren we dat wat ons bindt met andere mensen, en misschien wel met God. Kijk, zeg ik tegen studenten en collega's: is het niet opmerkelijk dat kerken geen kassa aan de ingang hebben en ook niet, althans niet in Nederland, hun geld krijgen van de overheid? En dat is niet omdat kerken goedkoop zijn. Het tegendeel is waar. Nederlandse kerken zijn nogal sober maar moet je eens bij een gemiddelde Amerikaanse kerk kijken. Een hele staf hebben ze naast de dominee, met hulpdominees, raadgevers, een organist, mensen die een soepkeuken organiseren etc. Dat alles kost veel geld. En niets wordt geprijsd. Er staat geen kassa aan de ingang. Nee, je wordt lid van de kerk en je draagt bij wat je kan. De een wat meer dan de ander. Niet volgens het principe dat degene die het meest aan de kerk heeft, ook het meeste betaalt-zoals in het quid pro quo van de markt-maar naar het principe dat mensen betalen wat ze voor de kerk over hebben. Met andere woorden, ze brengen een offer. Zou je daar eens mee aankomen bij mensen die genieten van toneel, een museum of de bibliotheek. Het idee van een offer ligt slecht. Laat de overheid er maar voor zorgen, is de standaardrepliek.

Daarmee ontkennen deze mensen de betekenis van de gift. Wij mensen halen relaties met elkaar aan en houden ze in stand via de gift. Zo gaat dat tussen ouders en kinderen. Als ouders geef je je kinderen van alles en nog wat zonder vast te leggen wat daar tegen over staat. Misschien dat ze later nog eens op bezoek komen of jouw willen verzorgen als dat nodig is. Maar die wederkerigheid ligt niet vast in een contract.

Geven doe je niet alleen met geld en goederen. Wat te zeggen van aandacht geven, of zorg, of erkenning? De collega die me omhelsde toen ik het even erg moeilijk had op mijn werk-wat een gift dat was. De erkenning van een vreemde voor wat je doet kan raken als niets anders. Een oprecht bedoeld compliment is zoveel waard. Het zijn allemaal giften, allemaal gebaren die helpen het leven draagbaar te maken.

Weten te geven is een kunst. Je kan te weinig geven en te veel. Vooral vrouwen hebben de neiging zoveel te geven dat ze zichzelf kwijt raken en de ontvanger van al die giften een hopeloos gevoel geven van dat alles kan ik nooit terug geven. En je kan te weinig geven. Je hebt van die mensen die kunnen zeuren dat ze van alles niet krijgen, dat niemand voor hen zorgt, dat de omgeving hen in de steek laat. Vaak, maar niet altijd, zijn dat mensen die de grootste moeite hebben zelf te geven. Do ut des: ik geef opdat jij geeft. Het gaat er ook om te geven met de juiste intenties. Mattheus drukt ons niet voor niets op ons hart de linkerhand niet te laten weten wat de rechterhand doet. Niet iedere gift kunnen we verborgen houden maar de kunst is om te geven zonder daar direct iets voor terug te verlangen. En dat is al moeilijk genoeg. De vraag is of wij mensen dat wel kunnen, onbaatzuchtig geven. We krijgen er altijd wel wat voor terug. Erkenning bijvoorbeeld, of een goed gevoel. Een moeder geeft onbaatzuchtig aan haar kind, heeft alles voor haar kind over. Zou ze minder kunnen geven? Niets is erger dan het gevoel te krijgen te kort geschoten te zijn als moeder. Of als vader. Ook als moeder, en als vader, zijn we niet helemaal onbaatzuchtig in het geven.

Misschien nog moeilijker dan weten te geven, is weten te ontvangen. Kunt u ontvangen op zo'n manier dat u recht doet aan de gift? Wat te zeggen, wat te voelen: ik raak meestal in de war vooral bij een gulle gift. Wat te zeggen tegen die Marokkaanse meneer die op zijn brommer mijn portemonnee komt brengen die ik op de markt verloren was? Ik vrees dat ik er niet veel van gebakken heb. Weten dankbaarheid te tonen. Kunt u het hoofd buigen voor de ouders die u het leven hebben geschonken en daarna voor u hebben gezorgd, hoe onvolmaakt ook? Moet je eens naar Japan gaan. Japanners doen niet anders. Maar daar verliest het gebaar haar waarde omdat het een gewoonte is. Gaat u nog wel eens door te knieen? Als kind had ik daar geen moeite mee. Later juist wel. Het is uiteindelijk gemakkelijker te geven. Heeft u veel gegeven? Bent u dan misschien ook bevreesd te ontvangen?

Welnu, dat is de boodschap van vandaag. Terwijl wij mensen worstelen met het geven en nemen, voortdurend in de war zijn over wat gepast is en wat niet om zodoende al de tere onderlinge verbanden in stand te houden, leven wij in de wetenschap dat Eén geeft om niets. Het is de grootste gift die u en ik krijgen. En dat is de genade van de Heer. Kunt u haar ontvangen? Ik weet het: goed is ontvangen is moeilijk. Daarom krijgen we in de kerk steeds weer te horen: Ontvang de genade van de Heer. Probeer het. Sta er voor open. Het kost niets en het geeft alles.

Gebed

Oh Heer, Dank voor uw genade

Dank voor de grootste gift die u ons geeft, iedere keer weer

Dank dat U dat doet zonder dat wij erom vragen, zonder dat U wat dan ook van ons vraagt

Dank voor de giften die wij iedere dag van onze medemensen mogen ontvangen

Dat wij de kracht hebben om die giften recht doen

Dat wij weten zelf te geven zonder aan ons eigen voordeel te denken

Dat wij weten wat is een heel mens te zijn.

Amen

- Gezang 350: Give almes of thy goods - Christopher Tye (motet)