Handelen in liefde. Wat zou dat toch zijn? Gaat het over deugden dan is liefde de grootste deugd. Althans dat zegt men, en dat houdt Paulus ons voor. Geloof, hoop en liefde, deze drie maar grootste daarvan is de liefde. Als we in liefde zouden handelen, dan zou alles goed zijn. Dus waarom doen we dat niet? En is het wel praktisch die liefde? Kunnen we daar wel mee voort in het dagelijkse leven? Wat betekent handelen in liefde? Laten we het daar met elkaar over hebben vandaag.
De dakwerkers zaten aan mijn tafel voor hun bak koffie. Ik wilde wel eens van ze weten wat zo mooi is aan hun werk. Ik verwachtte dat ze het zouden hebben over het geld dat ze verdienden, of over de arbeidsvoorwaarden. Nee, dat was allemaal best. Liepen ze geen risico, vroeg ik door. Ze werken met vuur en teer; dan gaat er toch wel eens wat fout. Ja, dat kan de beste dakwerker overkomen. Dat is het risico van het vak. Wat is er dan toch zo mooi aan hun werk? De oudste van hen, zette zijn kop koffie neer, keek me aan en zei: :Meneer, dat is het lek weten te vinden. Dat is mooi aan ons werk." De anderen knikten. De goede dakwerker weet het lek te vinden, want dat is vaak niet waar je zou zoeken. Ja, met zo iemand ga je graag het dak op. Ik werd er stil van. Eventjes klopte alles.
C.S. Lewis ziet de verbinding van liefde met onze sexualiteit als een grapje van God. Want is het niet grappig dat juist dat grote gevoel van liefde lust bij ons opwekt en ons daarmee zo gemakkelijk van die liefde kan afleiden? Lust maakt ons hebberig, jaloers en onbetrouwbaar. Niet voor niets associëren we liefde met doornige rozen.
In de Griekse oudheid was de belangrijkste, meest begerenswaardige vorm van liefde vriendschap, filia, en niet eros. De vriendschappen waar de Grieken het over hebben, zie je vandaag de dag nauwelijks meer. De hedendaagse mens zoekt het vooral in die enkele relatie met een ander, in het huwelijk dus, en alles dat daarmee verbonden is. Ik houd van mijn vrouw en zij van mij. Maar hoe ver gaat die liefde? Hoe zeker kan ik van die liefde zijn? De liefde tussen twee personen is maar al te breekbaar. Het is een liefde die je kunt winnen en weer kunt verliezen. Het is een voorwaardelijke liefde. Dat is anders in de liefde voor een kind. Zoals een kersverse vader mij vorige week nog toevertrouwde dat hij nu pas besefte wat ware liefde was. Wat er ook zal gebeuren, van dat kind zal hij zielsgelukkig houden. Dat die relatie ook kan verkeren doet er even niet toe. De liefde voor zijn kind voelt onvoorwaardelijkheid. Zo had hij het nog niet gevoeld.
Ik herken dat intense gevoel. Maar Johannes bedoelt iets meer dan dat. God is liefde, schrijft hij. 'Als God ons zo heeft liefgehad, moeten wij ook elkaar liefhebben. Het gaat nu om meer dan die liefde voor een partner of een kind, het gaat om die grote liefde, de agape, de charitas. Mooi toch. Ik kan zo blij worden van die boodschap. Die liefde, die grote liefde is het ultieme wapen tegen alle ellende, tegen al de wanhoop, tegen onverschilligheid en tegen zo veel meer dat ons mensen kleinzielig, kortzichtig en naargeestig maakt.
God is liefde. Het staat momenteel groot uitgemeten op reclame borden langs de A20 en A12. Ik rijd er dagelijks langs en iedere keer doet me het goed. Dat is de boodschap van het nieuwe Testament. Zo lees je het toch niet in het oude Testament. Die liefde vind ik ook niet bij de oude klassieke filosofen. Wel bij de boeddhisten.
Maar verbijsterend is die liefde ook, en schier onmenselijk. Toegegeven, wij hebben in dit land ons best gedaan om solidair te zijn met elkaar en met de hulpbehoevende medemens elders. Hoe liefdevol en waarachtig is die solidariteit evenwel als ze uitgedrukt wordt in opgelegde belastingen en gerealiseerd via afstandelijke regelingen? Liefde betekent intensieve zorg en oprechte aandacht; zorg voor de ziel van de ander, en aandacht voor haar of zijn eigen-aardigheid. Liefde is overgave; in mijn liefde geef ik mij over aan de ander zonder bijgedachten, Ware liefde is onberekend.
Kierkegaard, de 19de eeuwse Deense filosoof, spreekt over de oneindige schuld van degene die zijn of haar liefde geeft. Hoezo oneindige schuld, zou u zeggen? Iemand die liefde geeft, zou toch eerder iets tegoed moeten hebben? Dat geeft de gangbare morele berekening aan. Als iemand iets geeft, mag hij iets terug verwachten. Nee, zegt Kierkegaard, iemand die zijn of haar liefde geeft, heeft die liefde te danken aan God. Die liefde is een gift, en omdat het een gift van God is, is haar waarde eindeloos, en daarmee is de schuld aan God oneindig. Iemand die zijn of haar liefde geeft, verwacht daarom niets terug. Waarom zou hij?
Nu schuif ik op mijn stoel. Hoe kan dat? Welk mens kan in die liefde leven. Wie is zonder ego, zonder de behoefte om dat ego te strelen, hoe terloops ook? Misschien komt iemand als de Dalai Lama hier dicht bij, zo liefdevol en zo nederig als hij is. Misschien. Misschien komen we erbij in onze laatste momenten, wanneer niets werelds er meer toe doet. Misschien. Voor dit aardse leven legt Kierkegaard evenwel de lat wel erg hoog. Om je er klein bij te voelen, en gebrekkig.
"Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, [..], had ik de liefde niet, het zou me niet baten. Dat schrijft Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs. Ik vul aan. Al was ik professioneel in mijn doen en laten, al doe ik mijn best voor mijn studenten, had ik de liefde niet, ik zou ze geen recht doen. Al zou de schilder met deskundigheid het doel vol schilderen, zonder liefde wordt het geen kunstwerk. Al brengt de vader het geld thuis en zorgt voor zijn gezin, zonder liefde zou hij geen goede vader zijn. Klopt dat? Mogen we de liefde gebruiken voor dergelijk aardse bezigheden? Kan liefde blijken uit hoe iemand schoonmaakt, de boekhouding doet, het dak maakt? Jazeker. Natuurlijk kan dat. Daar gaat het toch om? En daar schort het toch zo vaak aan?
Liefde heeft immers met aandacht te maken en zorg. In de manier waarop een oudere vriend met de planten in zijn tuin omgaat, ervaar ik echte liefde. Hij zorgt goed voor ze, is blij voor ze als ze het goed doen, en geniet van ze. Dat geldt ook voor de manier waarop hij de vogels begroet die hij tegenkomt. Zover als hij is, ben ik lang nog niet. Maar ik leer van hem.
Ik bemerkte bij de dakwerkers liefde voor hun vak en mis dat bij teveel wetenschappers. In het bedrijfsleven sporen mensen elkaar aan om gepassioneerd te zijn. Soms kom ik echte passie tegen, maar veelal vraag ik me af hoe waarachtig de passie is. Is die liefde voor het werk, voor het bedrijf echt? Zou die liefde er nog zijn als het salaris gekort wordt of als de zaken wat tegenzitten? Passie doet het goed, maar ze wordt gauw instrumenteel. De bedrijfsleiding wil passie om meer klanten binnen te halen en de winst te vergroten. Maar liefde kan niet instrumenteel zijn.
Misschien is er sprake van liefde als de motivatie echt is, als iemand wetenschapper is omdat zij echt geïnteresseerd is in het te weten komen, omdat iemand zich met overgave wijdt aan de wetenschap, om te zorgen voor de waarheid en alle aandacht te schenken aan problemen die er echt toe doen. Intrinsieke motivatie noemen we dat. Bent u intrinsiek gemotiveerd dan doet u iets niet omdat anderen dat van u verwachten of omdat u ervoor beloond wordt, maar omdat u het wil doen, in liefde.
Dat we zo weinig van die liefde merken in het dagelijkse leven, is omdat alles en nog wat die liefde in de weg staat. Zoals regels, verwachtingen van anderen, kleinere gevoelens, en ga zo maar door. Houd ik het bij mijn eigen vak, de wetenschap, dan zie ik hoe de liefde voor het werk bijna onmogelijk wordt in een woud van regels, door een enorme druk op prestaties, door de afgunst, door angst ook, zoals de angst om er niet bij te horen, geen waardering te krijgen. Er is zonder meer te weinig liefde in mijn wereld. Zou er ooit teveel liefde kunnen zijn?
Misschien is liefde niet verstandig. Wanneer iemand overloopt van de liefde, wil je hem of haar liefst tegen zich zelf in bescherming nemen. Liefdevol zijn is niet professioneel, zeggen we dan. De liefde verdraagt alles, ze gelooft alles, in alles volhardt ze (Kor 1, 13:7). Dat is niet praktisch, niet verstandig.
Maar als ik de liefde niet heb, wat heb ik dan? Als ik verstandig ben, gematigd, moedig, rechtvaardig, als ik geloof en als ik hoop, dus als ik me houd aan al die deugden, maar ik heb de liefde niet, wat ben ik?
Geloof, hoop en liefde, deze drie maar grootste daarvan is de liefde.
Gebed. Heer, de liefde van U is zo groot dat we niet anders kunnen doen dan ons hoofd buigen. Uw boodschap spoort ons aan te handelen in liefde. Maar hoe onmogelijk lijkt die liefde van U. Wij mensen maken het elkaar dan ook knap lastig, met al onze verwachtingen, onze redelijkheid, onze kleine gevoelens. U laat ons zien dat liefde ruimte schept, liefde maakt ons menselijk. Heer, open daarom onze ogen en open vooral ons hart . Dat Uw liefde ons mag vullen en dat wij in liefde leren te handelen voor een waarachtig leven. Amen