OPEN (S)PREEKSTOEL (1)
- muziek voor de dienst
- woord van welkom
VOORBEREIDING
- aansteken van de Paaskaars:
v: Het licht van Christus voor de wereld
a: AMEN.
- bemoediging en drempelgebed:
v: Onze verwachting is in de Naam van de Eeuwige
a: DIE HEMEL EN AARDE GESCHAPEN HEEFT.
v: Kom ons tegemoet, o God,
a: MET UW TROOSTVOLLE NABIJHEID; MET DE SCHEPPENDE KRACHT VAN UW LIEFDE. MAAK ONS VRIJ VOOR ELKAAR, OPEN NAAR HET LEVEN, EN DIENSTBAAR AAN UW VREDE.
v: Voor wie arm en zwak is,
zijt Gij een helper en bevrijder.
Wacht dan niet langer en kom
in Christus Naam.
a: AMEN.
wij zingen (staande): "Wat vrolijk over U geschreven staat"
- kyriëgebed, afgewisseld door het 3-voudig: "Kyrië-eleison"
- glorialied: "Alle eer en alle glorie" vers 1
DIENST VAN HET WOORD
- groet:
v: De Eeuwige zij met u en jullie allen
a: OOK MET U ZIJ DE EEUWIGE
- gebed
- gesprek met de kinderen, gevolgd door lied uit het kinderliedboekje
(hierna gaan de kinderen naar hun eigen dienst)
- lezing uit TENACH: Genesis 2: 4b- 14
- zingen: "Die chaos schiep tot mensenland"vers 1
- (voortzetting) lezing uit TENACH: Genesis 2: 15 - 25
v: Dit is het woord van de Eeuwige
a: WIJ DANKEN GOD.
- zingen: "Die chaos schiep tot mensenland" vers 2 en 3
- Open (S)preekstoel : overdenking door prof. dr. Arjo Klamer
- muziek
DIENST VAN DE GAVEN
- dienst van de gebeden, afgesloten door het gezongen "Onze Vader" (Rimsky Korsakov)
- inzameling van de gaven
- slotlied (staande): gezang 488b "Zolang er mensen zijn op aarde"
- wegzending en zegen, gevolgd door: Amen, amen, amen.
---------------------------
mededelingen: (nog nader in te vullen..o.a. met de uitnodiging tot nagesprek na de dienst)
Preek De adem van God: de bron van inspiratie
Wat een mooi verhaal, dat scheppingsverhaal. Uit het niets schiep God de aarde en de mens.
.."Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens levend." "Hij vormde hem uit stof en blies hem levensadem in de neus."
Er is veel te doen over dit scheppingsverhaal. Het verhaal bepaalt in verre gaande mate het geloof van joden en christenen. Ze bevat de sleutel voor tal van waarden die wij mensen koesteren. Maar is het waar? Heeft God, de Jehova Elohim, zoals Hij in Genesis 2 genoemd wordt-de God van macht en perfectie-de wereld geschapen? Is onze wereld Zijn wereld? Nee, zeggen steeds meer schepsels. Met name de wetenschappers hebben zich over dit verhaal ontfermd en het tot het rijk der fabelen verbannen. De natuur kent haar eigen ontwikkeling. Uit moleculen zijn we voortgekomen en tot moleculen zullen we wederkeren. De natuur volgt haar eigen wetten. Daar komt geen Eeuwig Wezen bij te pas. Het begon allemaal met de Big Bang. En alles wat volgde zou wetenschappelijk te vatten moeten zijn. Dat neemt niet weg hoe verder de wetenschap reikt, hoe groter de leegte wordt en hoe mysterieuzer de bronnen van het leven. Die leegte laat twijfel toe. De natuur blijft toch wonderbaarlijk. Zou er dan toch een ontwerp ten grondslag liggen aan deze wereld? En zou er dan toch een Ontwerper moeten zijn? Wie zal het zeggen.
Toen ik aan de wetenschap begon was dat om de wereld te vatten en om haar te verbeteren. Omdat mij vooral de sociale ongelijkheid het meest uitdagende probleem leek om aan te pakken, lag de economische wetenschap voor de hand. In navolging van de grote man in mijn vak, Jan Tinbergen, zag ik de wetenschap als verlosser, als het antwoord ook. Ik bleek niet de enige te zijn. De wereld wemelde van wetenschappers die het beter wisten en de beste bedoelingen hadden. Wij hadden geen God nodig, en zeker geen scheppingsverhaal. Als God de wereld had ontworpen, zouden wij laten zien hoe het beter kon. Wij zouden een betere wereld scheppen.
Inmiddels ben ik heel wat bescheidener geworden. Ik zie hoe het merendeel van mijn collega's het geloof van toen verloren zijn. Je vindt er weinig overtuigde wereldverbeteraars meer onder. We weten inmiddels wel beter. In plaats van de overtuiging heeft een cynisme zich meester gemaakt van de wetenschappelijke wereld-alsof al die wetenschappelijke inspanningen voor niet veel meer goed zijn dan een bezigheidstherapie, de intellectuele bevrediging en een inkomen. Ondertussen blijven in mijn kringen de vooroordelen tegen religie levensgroot. Deze week nog wist iemand-een medicus was het-- te vertellen iedere vorm van religie kwalijk te vinden omdat ze verantwoordelijk is voor reeds veel te veel geweld en moordslag. Meer hoefde hij er niet van te weten. Ach, en wie gelooft nu iets als dat scheppingsverhaal. Onzin. Quatsch.
Weet u: ik heb geen bewijzen, ik heb ook geen argumenten waarmee ik deze opvattingen kan weerleggen, al wijs ik er wel op dat de grootste moordpartijen van deze eeuw op naam van goddelozen staan-en ook Mladic leek niet gedreven door religieus fanatisme. Ik heb eerlijk gezegd ook geen behoefte om de discussie over de zin of onzin van een intelligent ontwerp aan te gaan. Hoogstens valt me op hoe verbeten de discussie wordt gevoerd, hoe weinig inspirerend ze is, en dat het weinig uitmaakt voor hoe u en ik het dagelijks leven aangaan. Ik laat liever hier de wetenschap voor wat ze is, in het besef ook dat zoveel ons begrip te boven gaat, en keer me tot het verhaal zoals de bijbel haar vertelt. Waarom dan toch? Ik weet het niet goed. Alleen valt me op dat ik er zo veel meer mee kan. Het inspireert me zoveel meer dan het koele, afstandelijk wetenschappelijke vertoog; het heeft zoveel meer te zeggen over het leven van alledag. . Het is ook zoveel mysterieuzer.
"In het begin was het Woord, het Woord was bij God, en het Woord was God" zo begon Johannes zijn versie van het evangelie. In het begin was het Woord. Er was dus niets, niets tastbaars tenminste, niets fysieks, maar wel het Woord. Begrijpt u dat? Ik niet. Hoe kan het woord bestaan? In welke taal was het woord? Wat is een woord als er niet iemand is die haar kan horen en interpreteren? En toch is het zo. Zo-even was er niets, althans dit was er niet. Met woorden creëren we onze wereld, iedere keer weer. De macht van het woord. Neem het kleine woordje "ja". Uit het woordje, en u hebt iets eenvoudigs bevestigd. Maar het kan ook betekenen dat u getrouwd bent, wanneer u "ja" zegt in reactie op een "wat is daarop uw antwoord. En besef eens wat het "ja" van Eisenhower-voor hem was het een "yes" inhield toen hij daarmee op de derde juni van haar jaar 1944 de geallieerde troepen naar de kust in Normandie stuurde. U en ik, wij creëren onze wereld, steeds weer door iets te zeggen, of door iets juist niet te zeggen. Het woord is nu aan mij. Wat wil ik zeggen? Straks is het woord aan u. Wat doet u er mee? Hoe maakt u iets uit niets? Ja, ik zeg het. Echt waar.
Genesis is het verhaal van de schepping. God schiep de wereld en hij schiep de mens. Ook al zou een menselijk wezen deze woorden opgeschreven hebben, hij of zij spreekt tot de verbeelding, en geeft te denken. Ons lichaam is stoffelijk. Uit stof komen wij voort, tot stof zullen wij wederkeren. Dat zal de verstokte wetenschapper rap beamen. Maar dit verhaal is groter, zoveel groter dan dat. Als alles stof is, dan is het onmogelijk te begrijpen wat ons hier op deze aardkloot bezig houdt. Waarom zou er dan het woord zijn als alles stoffelijk is? Wat beweegt dan ons, roodbloedige mensen, zoals de Naardense bijbel ons in dit verhaal benoemt?
Ik vraag me dat alles geregeld af. U ook? Ik zie hoe druk wij mensen ons maken over van alles en nog wat. Over de economie bijvoorbeeld. Goed, het is de wetenschap waarvoor ik gekozen heb, maar waarom, in hemelsnaam waarom lijkt alles om die economie te draaien? Geld maakt gelukkig, heet het dan. Rijk zijn zij die gezegend zijn met veel geld, en arm zijn zij die geen of te weinig geld hebben. Werk, werk, en nog eens werk. Het kabinet wil als maar meer werk, want de economie moet hoe dan groeien. En daarom moet er steeds meer markt komen, en willen wij steeds meer te kiezen hebben. Zoals onze ziekteverzekeringen. Bent u er klaar voor? Als het maar goedkoper en beter wordt. Willen mensen iets moois of iets bijzonders dan kan dat alleen als het de economie goed doet. De god van de mammon is allesoverheersend.
Ook hier spelen woorden een grote rol. Was een twintigtal jaren sociale gelijkheid het sleutelwoord, tien jaar geleden werd dat "zakelijkheid" en nu is dat "creativiteit." Niet alleen zakenlieden hebben er de mond vol van, maar ook politici zweren bij het economisch belang van het creatieve en innovatieve vermogen van bedrijven en individuen. We moeten nieuwe producten bedenken, nieuwe processen ook, en dat om de economie weer een nieuw elan te geven.
Mooi toch, zou je zeggen. Het idee van de creatieve mens inspireert. Maar waartoe. Waartoe dient al die creativiteit? Om nog meer winst te behalen, om nog rijker te worden met ons allen? Of dient die creativiteit de oplossing van het probleem van de armoede, van de sociale ongelijkheid? Is dit waarvoor we op deze aarde zijn? "Lucht en leegte, zegt de Prediker, alles is leegte."
Een aantal weken geleden zat ik tezamen met een honderdtal mensen uit het bedrijfsleven in een zaaltje niet ver hiervandaan. Er waren veel belangrijke mannen en vrouwen onder. Goed verdienende mannen en vrouwen ook. We waren gekomen om een ganse dag te luisteren naar Sogyal Rinpoche, een Tibetaanse Lama. Hij, een kleine ronde man met een grote glimlach, de auteur van het Tibetaanse boek van leven en sterven, kwam ons vertellen over compassie, over het leven in compassie met alle levende wezens. In het licht van zijn woorden-ja, dat waren het-woorden, leek zoveel dat de mensen in dat zaaltje bezig houdt als het najagen van de wind. Jullie ogen zo stevig, door te hameren op de feit en het geld, maar waarom zijn jullie zo snel van slag als jullie bedreigd worden, een geliefde verliezen, of wanneer er iets vervelends in deze samenleving gebeurt? Hij zei het niet zo want daar is hij te vriendelijk voor, maar dat hoorde ik. En hij liet me zien hoe ook ik bepaald word door het economische. "Jullie hebben compassie met de armen" merkte hij op een gegeven moment op. Jullie hebben dat omdat zij niet hebben wat jullie hebben. Dat klopt, dacht ik toen. Ik keek op toen hij doorging te zeggen: "Ik heb ook compassie met de rijken juist omdat zij zoveel denken te hebben."
Is het dan najagen van lucht en ledigheid? Is dat wat u en mij bezig houdt? Is dat wat wetenschappers bezig houdt? Denkende in termen van het scheppingsverhaal zou je denken dat we zo druk bezig zijn om het paradijs het te heroveren, het hof van Eden, het liefland, dat God ons gegeven had maar dat we moesten we verlaten nadat we van de boom der kennis van goed en kwaad hadden gegeten. Alle inspanningen, al het harde werken, alle uitvindingen dienen ertoe om weer te kunnen genieten. Het gekke alleen is dat we met al onze verworven rijkdommen het alleen maar drukker lijken te krijgen. Gek toch. En het paradijs bestaat volgens dit verhaal toch echt niet uit grote huizen, auto's en heel veel spullen. Het is een hof, een tuin met veel planten en bomen. Tuinieren, dat moesten we eens proberen.
Vorige week stond een jongen op nadat ik weliswaar in iets andere bewoordingen een gelijksoortige boodschap had proberen over te brengen. Hij begon met wat ingewikkelde filosofische opmerkingen en kwam tot zijn ontnuchterende vraag: wat betekent dit alles voor wat ik morgen doe als ik opsta.
Dit lijkt me een heel goede vraag, een vraag die ook op u en mij van toepassing is. Wat betekent dit verhaal voor wat ik morgen ga doen, voor wat ik straks ga doen als ik weer thuis ben? Er is nog niets. De toekomst is leegte. En zie, zoals God ons geschapen heeft, ons roodbloedige mensen uit de bloedrode aarde, naar Zijn evenbeeld, zo kunnen wij mensen onze werkelijkheid scheppen. Iedere keer weer. Dat is niet zozeer een kwestie van keuzes, zoals de wetenschappers doen voorkomen, maar van handelen, van spreken ook. U kunt ja zeggen, of nee. We kunnen eigen verantwoordelijkheid nemen in plaats van die afschuiven naar iets anders, naar het kabinet bijvoorbeeld. We kunnen wijzen op het bloempje in de chaos in plaats van blijven klagen over die chaos. We kunnen ons verwonderen over het leven, in plaats van cynisch bij de pakken neerzitten. En we kunnen beginnen eens anders in de spiegel kijken en ons afvragen-met die Tibetaanse lama en met onze Jezus-wat ga ik nu doen als ik vanuit liefde wil handelen?
En weet u waarom? Uit welk besef? Het is vanwege die ene regel in dit verhaal, het verhaal van de scheppin-en ik lees uit de Naardense bijbel: Dan formeert de Ene, God, de roodbloedige mens van stof uit de bloedrode grond en blaast in zijn neusgaten ademhaling van het leven; zo wordt de roodbloedige mens tot lijf en ziel in leven. De adem van God: dat is onze inspiratie. Is dat niet iets om geïnspireerd van te worden om er morgen weer iets van te maken, iets moois, iets liefdevols ook?
Amen