Het hopeloze van de economie les

by Arjo Klamer
GPD bladen, 1 October 2002
cat: practice; columns

Economie is van groot belang. Er wordt wel beweerd dat de economie de spil is waar alles om draait. Iedereen heeft er mee te maken. Of je nu werk zoekt, naar de winkel gaat, een bedrijf runt of een land, het gaat om economisch handelen. Daarom is het gek dat scholieren economie over het algemeen een vervelend en saai vak vinden. Zo belangrijk als de economie is, zo oninteressant is de economie les. Merkwaardig is dat toch.

Een commissie onder leiding van collega Coen Teulings heeft voorgesteld om het onderwijs in de economie aan te pakken. Decennia lang hebben economie docenten braaf de traditionele uiteenzetting van Arnold Heertje gevolgd. Als u ooit economie les heeft gehad weet u waar ik het over heb. Herinnert u zich nog de grafiekjes, de modelletjes met de multiplicator die je trouw uitrekende zonder een flauw idee te hebben waar het om te doen was? Ik zie het nu mijn kinderen doen. Ze bijten zich er doorheen. De weerzin straalt van hun gezicht. Dat is toch belangrijk om te weten, probeer ik nog. Ik heb geen schijn van kans. “Wat zijn nu “bestedingen?”, wil de dochter weten. “Aan dat gedoe over de Europese Bank heb ik toch niets,” weet de zoon. Dat ik econoom ben, helpt natuurlijk niet.

Coen Teulings en de zijnen willen daar verandering in brengen. Ze willen bijvoorbeeld dat studenten actiever leren, met experimentjes en zo. Zodat ze proefondervindelijk leren hoe schaarste het leven beinvloedt, waarom markten vaak wel en soms niet werken en hoe het concept van de kringloop het leven kan verhelderen. Ik kan niet anders zeggen dan dit en de andere voorstellen die ze doen eerbaar zijn. Hun rapport “Economie moet je doen,” is ongekend goed geschreven, ongekend voor economen dan. Het bevat verwijzingen naar Aristoteles, besteedt aandacht aan de sociale context van het economisch handelen, en wijst erop dat verwondering nodig is voor werkelijk inzicht. Ik probeer me al voor te stellen dat niet alleen mijn kinderen maar ook studenten zich gaan verwonderen over die wonderbaarlijke economie.

Deze week probeerde ik mijn studenten weer het wonderbaarlijke van de economische kringloop duidelijk te maken. Voorzover ze economie les hebben gehad op de middelbare school, is die kennis weg. Dus begin ik bij het begin. Waarom maakt iedereen zo’n probleem van inflatie? “Nou, ja, omdat dan alles duurder wordt.” Goed. Maar realiseer je nu dat het geld door de economie circuleert in een kringloop. Wat volgt daaruit? Stilte. Ook na aandringen blijft het stil. Dus zeg ik het zelf maar: Als jij meer voor iets betaalt, staat er iemand achter de toonbank die de hogere prijs incasseert. Inflatie betekent dus niet alleen dat er meer betaald wordt maar ook dat er meer verdiend wordt. Dus zo erg is het niet. Vervolgens hoop ik dat de vonk overslaat en iemand zich afvraagt, liefst hardop, waarom zoveel mensen dan zo’n drukte over inflatie. Dat geeft mij de kans erop te wijzen dat de angst voor inflatie ook de discussie over de begrotingstekorten in Europa beheerst. Ze weten helaas niet direct waar ik op doel, dus vertel ik over de gele kaart die Frankrijk gaat krijgen van de Europese commissie omdat haar begrotingstekort gevaarlijk dicht bij het afgesproken maximum van 3 procent zit. Dat betekent dat men een crisis riskeert vanwege de angst voor inflatie dat eigenlijk helemaal niet zo’n serieus probleem is. Waarom heeft men het niet over de Europese werkloosheid die zo hoog blijft? Dat is toch veel erger? Een paar studenten schuifelt in hun stoelen. Een aantal schrijft neer wat ik net zei. Misschien had ik beter op mijn hoofd kunnen staan.

Hoe anders was het gezelschap met wie ik diezelfde avond mocht praten. Het ging weer over economie. Maar nu kwam het gesprek wel los. Ik kreeg kritiek en bijval. Men was mij te vlug af met rake opmerkingen. Het stroomde. Het verschil was dat dit overwegend grijze gezelschap vrijwillig naar het kerkzaaltje was gekomen. Veel bleken lezers. Zij kozen ervoor. Scholieren en studenten hebben het recht op onderwijs, maar kiezen er niet echt voor. Het gaat hem om iets anders, om het papiertje, de titel, de baan. Het eigenbelang staat voorop, precies als de economieles vertelt. En zo draait het kringetje rond. Ik vrees dat ook met het programma van Teulings cs we daar niet uit zullen breken.