Met cultuur komen de bedrijven

door Jeffrey Kutterink
Provinciale Zeeuwse Courant, 13 May 2004

Arjo Klamer biedt andere kijk op toekomst Zeeuwse economie

GOES - Vanaf de tiende verdieping van een denkbeeldige flat, ziet de Zeeuwse economie er heel anders uit. Wegen die op de begane grond zo normaal lijken, blijken dan plots onlogisch. Zo ook de keuze voor een containerterminal. "Nederland moet toch spullen maken? Nee hoor, dat hoeft helemaal niet. Je kunt ook een virtuele economie hebben."


Zeeland's "hauntingly beautiful scenery"
Het vereist een volslagen andere manier van denken, erkent professor Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Op uitnodiging van de PvdA sprak hij deze week in Zierikzee in het kader van een reeks debatten over de Zeeuwse economie.

Een op het eerste gezicht abstract economisch verhaal, buigt hij snel om in een visie op de Zeeuwse economie.

Niet dat hij met pasklare oplossingen komt. Wel ontvouwt hij een denkrichting die tot nu toe in Zeeland niet is gevolgd.

"Als we honderd jaar geleden in Zeeland hadden geleefd, werkten we in de landbouw of de visserij. In de tijd erna hebben we een verschuiving gehad. De industriële revolutie. Mensen trokken van het platteland naar de steden, werkten in de industrie en maakten spullen. Dingen zoals waar we hier op zitten. Toen kreeg je de diensteneconomie. En nu raken mensen in de war. Hoeveel mensen houden zich nog bezig met landbouw, met dingen maken? Veel mensen kunnen aan het eind van hun werkdag niet zeggen dat ze zoveel mensen hebben geknipt. We kunnen aan het eind van die dag geen eens zeggen wanneer we klaar zijn met ons werk. Een kenmerk van de diensteneconomie, ook wel kenniseconomie genoemd. Ik schat dat we eenderde van onze tijd besteden aan praten en het overtuigen van mensen."

Er is dan ook iets geks aan de hand, betoogt Klamer. "We zijn geneigd economisch te denken, om de economie bovenaan de agenda te zetten. We denken nog steeds dat daar alles om draait. Oh ja, natuurlijk moeten we zorgen dat er banen zijn, dat er groei is, dat bedrijven winst maken. Maar dat is niet waar het om gaat in het leven. Toch? Het doel is niet: meer winst, groei en inkomen. De vraag is wat je ermee doet."

Leidt die groei, winst, geld, meer spullen tot een betere samenleving? is de vraag die Klamer hardop stelt. "Als we iemand begraven, dan vragen we ons toch nooit af hoeveel diegene in zijn leven heeft verdiend? Wel hebben we het over wat die allemaal heeft betekend en gedaan. We rekenen mensen dus af op hun sociale waarde. Ofwel: het sociaal kapitaal: het vermogen om sociale waarde te genereren. Om vrienden te maken, om contacten op te bouwen, om prettig met iemand te leven."

Denkfout

De sociale en economische waarden hoeven volgens Klamer niet met elkaar in de pas te lopen. "Economisch kapitaal is een instrument. Geen doel op zichzelf. Daar maken veel mensen een denkfout. Het gaat uiteindelijk om de culturele waarden: om alles dat ons inspireert. Voor de een is dat een bos met vogels, voor de

ander een museum. Of een stad, of een regio. De ene stad inspireert meer dan de ander. Hoe komt dat nou? Neem de Erasmusbrug in Rotterdam. Weinig mensen waren voorstander van de bouw. Maar nu loopt iedereen ermee weg. Ga maar eens op de brug staan, kijk eens naar boven, naar die tuien. Dan beleef je wat."

Het is subjectief, geeft hij toe. "Dat neemt niet weg dat die brug inspireert. Dat mensen er speciaal voor langs komen, dat die voorkomt in films."

Als cultuur zich ontwikkelt, komen bedrijven vanzelf, is het pleidooi van Klamer. "Gaat het goed met de cultuur, dan voelen mensen zich prettig in een omgeving. Voelen mensen zich er prettig, trekt dat andere mensen en uiteindelijk bedrijven aan."

Dat versterkt vervolgens de economisch waarde van een gebied. "Snapt u? Het is de wereld op zijn kop, maar dat is waar de economie in de toekomst om gaat. Het vervelende is dat mensen de redenering omdraaien en zeggen dat er eerst een dagattractie bij moet komen om meer toeristen te trekken. Fout."

Gezelligheid

Het gaat ons steeds minder om spullen, zegt Klamer. "We betalen bij een café geen twee euro voor de koffie. Want dat kunnen we thuis goedkoper drinken. We consumeren gezelligheid. We betalen voor de sociale waarde, niet voor de economische waarde van de koffie. Datzelfde geldt voor vakanties en auto's. We kunnen in een auto van 8000 euro goed van a naar b rijden. Toch zijn er veel mensen die er het dubbele, of meer voor betalen. Mensen zoeken naar meer dan waar ze direct behoefte aan hebben."

De vertaling naar de toekomst van de Zeeuwse economie lijkt nog ver weg, maar is het allerminst. "Wil Zeeland zijn economie een impuls geven, moet het op zoek naar sociaal, cultureel kapitaal. De bronnen zijn er wel degelijk. Maar ze moeten worden aangeboord. Wat maakt Zeeland nu tot wat het is? Wat bepaalt de identiteit?"

Als Zeeland die vragen kan beantwoorden en ze bovenal economisch kan exploiteren heeft de provincie het lek boven. "U moet zich in Zeeland de vraag stellen of mensen zich door de aanleg van een containerterminal beter gaan voelen. Is het antwoord op die vraag negatief, dan zou ik de kade vooral niet aanleggen."

Terug van de tiende verdieping, naar de begane grond. Van wetenschappelijke theorie, naar de praktijk. Moet Zeeland zich dan omvormen tot veredeld disneypark of openlucht museum?

"Nee, natuurlijk niet. Het doel is niet meer banen. De vraag is: wat is het verhaal van Zeeland? Het is niet genoeg om wat vakantiehuisjes met een cafétaria te hebben. Neem de Zeeuwse mosselen. Daar kun je veel meer omheen bedenken. Zeeland kan zich veel meer profileren, daarmee mensen en uiteindelijk bedrijven trekken."