Veel mensen behandelen de euro nog als een buitenlandse muntt

by Arjo Klamer
De Twentsche Courant Tubantia, 29 March 2002
cat: Dutch; columns


euro?

Veel mensen beschouwen de euro nog steeds als een buitenlandse munt. En gaan er ook als zodanig mee om: nonchalant. Een handjevol wisselgeld exact natellen, weinigen die het doen. Het wennen aan het nieuwe geld duurt langer dan velen hadden gedacht. En het kost de meesten een paar centen.

'Ik vraag me steeds af wanneer de vakantie eindelijk eens afgelopen is.' Het was een treffende opmerking van één van de talloze mensen die ik de afgelopen weken gevraagd heb naar hun ervaringen met de euro. Ieder van ons leeft met de euro. We betalen er mee en rekenen erin. Althans, daar wordt van uitgegaan. Maar rekenen we er ook wel mee? Kijkend naar mijn eigen gehannes, begon ik me af te vragen hoe anderen met die euro omgaan. Dus ging ik op zoek.

Van die vakantie kwam in veel gesprekken naar voren. Tal van mensen gaan nog steeds met de euro om als ware het een buitenlandse munt. Ze wanen zich op vakantie en geven de euro ook uit als ze een vreemde munt uitgeven: ietwat nonchalant, zonder goed op te letten en zonder goed na te tellen. Krijg je een handjevol muntjes en biljetten terug, dan geloof je het wel.

Vrijwel iedereen heeft het gevoel dat ze meer uitgeven dan anders. 'Het vliegt mijn portemonnee uit', is een veel gemaakte opmerking. 'Het is net alsof alles duurder is.' In veel gevallen is dat gewoon zo. De kapper rekent veel meer dan het oude bedrag, en de broodjeszaak om de hoek blijkt haar prijzen met zeker 10 procent verhoogd te hebben als je naar guldens terugrekent. Ze komen er mee weg omdat de meeste mensen zich toch op vakantie wanen en daarom niet al te goed opletten.

Fooien zijn een ander probleem. Rondt u maar af op tien, zei je vroeger. Dat is al gauw een paar euro en dat is meer in guldens dan je gewend was te geven. 'Doet u maar vijftig cent erbij', klinkt goedkoop maar dat is wel die gulden die je anders gaf. Sommige mensen die ik sprak geven van de weeromstuit even geen fooien meer.

Voor ons economen is deze omschakeling een interessant experiment. Is het waar dat mensen meer uitgeven dan zou er sprake zijn van wat wij 'geld-illusie' noemen. Daarmee bedoelen we dat mensen zich laten verleiden door absolute getallen en de werkelijke waarde van het geld uit het oog verliezen. Geld illusie doet zich voor wanneer je alle prijzen en lonen halveert, en mensen toch meer gaan uitgeven, of minder. Je zou verwachten dat het niets uitmaakt, want wanneer zowel de prijzen als de lonen gehalveerd zijn, gaat niemand er op achter- of vooruit.

Maar mensen kunnen zich laten verleiden meer uit te geven als ze de lagere prijzen zien. Bemerken ze hun gehalveerde lonen dan kunnen ze juist minder uitgeven. Je zou kunnen zeggen dat met de invoering van de euro alle prijzen en lonen inderdaad iets meer dan gehalveerd zijn. Ben ik representatief voor de gemiddelde Nederlander, dan had de (ogenschijnlijke) prijsverlaging het eerste effect.

'Goedkoop' dacht ik steeds. Pas in tweede instantie reageerde ik op de halvering van mijn salaris. Het gevolg is dat ik even geen zicht heb op de verhouding tussen beiden. De mentale regeltjes waarmee ik mijn financiële huishouding deed, ben ik even helemaal kwijt. Dus doe ik maar wat. Ik krijg sterk de indruk dat ik aan geld-illusie lijd, want op de markt en in de winkel geef ik de euro's uit als waren het guldens. Ik pin 300 euro omdat ik vroeger 300 gulden pinde. Vraag ik anderen ernaar, dan doen zij niet anders.

Kortom, we zijn nog niet gewend aan de euro.

Dat merk je ook wanneer het gaat om de prijzen. De meeste mensen rekenen nog in guldens. Twee euro voor een kopje koffie, is dus vijf gulden. (Veel mensen denken nu in rijksdaalders voor euro's - om die geld illusie te bezweren.) Veel winkels geven nog steeds de prijzen in guldens aan. Dat geldt vooral voor grote items. Auto's en ijskasten gaan in guldens. In de onroerend goed wereld is een miljoen nog steeds een miljoen gulden. Het is maar dat je het weet.

De grote slachtoffers van de omwisseling zijn de ouderen onder ons. Velen van hen zijn helemaal de kluts kwijt. Laatst zag ik een oudere vrouw helemaal radeloos naar haar wisselgeld staren. Dat kon niet kloppen. De winkelier deed haar best, maar het mocht niet helpen. Ik had met haar te doen.

Dus als Zalm en Duisenberg gedacht mochten hebben dat die omwisseling vanzelf zou gaan, dan kunnen ze zich nog eens bedenken. Een aantal van ons zal nooit helemaal van de gulden afkomen en zal tot het einde van onze dagen in de oude vertrouwde guldens blijven omrekenen. Voor hen is de vakantie nooit over.