
Abram de Swaan en Arjo Klamer verwijten de politieke leiders dat ze zich, na het referendum over de Europese Grondwet, in deze verkiezingscampagne niet durven uitspreken over de toekomst van Europa. De Swaan is vóór versterking van de Europese instellingen, Klamer is tegen. Hierover gaan zij in debat op maandag 13 november om 17.30 uur in het Maagdenhuis (Spui 21) te Amsterdam.
Heeft u ernstige twijfels over de Europese integratie? Heeft u daarom met de meerderheid van de Nederlanders tegen de Europese Grondwet gestemd vorig jaar? En denkt u nu dat uw mening over Europa er niet toedoet in de opkomende verkiezingen?
Bos en Balkenende doen alles eraan ons te laten geloven dat Europa er niet toedoet als het gaat om het politieke leiderschap van Nederland. In hun onderlinge debat maakten ze er geen woord aan vuil. Geen woord! Het leek er vooral over te gaan aan wie onze portemonnee het beste is toevertrouwd, met heftige discussies over huursubsidies, de hypotheekaftrek, de AOW en dergelijke zaken.
Maar wat als Europa er alles aan toedoet? Wat als de Europese integratie steeds verder ingrijpt in de Nederlandse samenleving en in sterke mate het beleid bepaalt? Dan zou je toch verwachten dat onze politieke leiders duidelijk maken wat hun beleid ten aanzien van de Europese Unie is, en hoe zij de scepsis van de meerderheid van de Nederlanders willen adresseren.
Er zijn meer dan voldoende redenen om ons druk te maken over de impact van de Europese integratie. Om een paar te noemen:
De invoering van de euro heeft geleid tot een verdubbeling van prijzen van producten waarmee u en ik direct te maken hebben, zoals de prijs voor een broodje haring, een kopje koffie en de oppas. Tel daarbij de verwarring tussen euro's en guldens waardoor tal van goederen in euro's goedkoper leken dan ze waren in guldens (3 euro voor een broodje? Wacht even, dat is meer dan 6 gulden, best duur). Veel mensen komen niet meer uit aan het einde van de maand. Dit is een direct gevolg van het Europese beleid.
De invoering van de euro betekent ook dat de Nederlandse overheid belangrijke instrumenten is kwijtgeraakt om een macro-economisch beleid te voeren. Loopt de Nederlandse economie uit de pas, dan kan er geen gulden worden gedevalueerd of gerevalueerd, er is geen rente die kan worden veranderd en er is geen begrotingsbeleid waarmee de Nederlandse economie gestimuleerd of afgeremd kan worden. Vindt u dat goed?
Het beleid van Brussel dicteert in sterke mate de marktwerking waarvan steeds meer Nederlanders de buik vol hebben. Al willen wij dat onze politici de marktwerking in bijvoorbeeld de energiesector ombuigen, we zullen merken dat Brussel dat onmogelijk maakt. De Europese integratie is sterk marktgericht. Dat is goed voor de marktgezinde liberalen, voor ieder ander is het een reden een ander Europees beleid te willen. Het Brusselse beleid dicteert in zeker zin ook de eindeloze bezuinigingsoperaties van de overheid en is daarmee medeverantwoordelijk voor de verschraling van de gezondheidszorg en het onderwijs.
Het Brussels beleid dicteert een restrictief begrotingsbeleid. Voeg daarbij de belastingconcurrentie — verlaagt Ierland de belastingen voor bedrijven dan moet Nederland dat ook doen, met lagere belastingontvangsten als gevolg — en u ziet dat de Nederlandse overheid zich steeds minder kan veroorloven. Dus, maakt u zich druk over toestanden in de Nederlandse scholen, wees u dan bewust van de mogelijke link met Europa. Die link bestaat ook met de uitkleding van allerlei sociale voorzieningen. Nederlanders waren nog nooit zo rijk, maar door de koppeling aan Europa lijkt onze overheid alleen maar armer te worden.
Door Europa worden ook Nederlandse gewoonten ondermijnd. Samenwerking zit in het Nederlandse bloed, maar mag steeds minder omdat dat vaak in strijd is met de principes van marktwerking.
Doordat burgers geen deel hebben aan de Europese besluitvorming en omdat, bij gebrek aan een Europese samenleving, een parlementaire democratie op Europees niveau niet werkt, draagt het Europese beleid bij aan de marginalisering van de democratie.
Enquêtes van het Sociaal en Cultureel Planbureau en de 21-minuten-enquête laten een groot onbehagen onder Nederlanders zien. Men vindt de samenleving harder en killer worden en voelt zich van deze samenleving vervreemden. Men mist ook de solidariteit. Van politieke leiders verwacht je dat ze op dit gevoel van onbehagen reageren en een toekomstvisie schetsen. Dat wordt evenwel een probleem als ze gecommitteerd zijn aan het Europees beleid van de afgelopen twintig jaar. Dat Europese beleid is wellicht vooral verantwoordelijk voor de verkilling en de verharding.
Van onze politieke leiders verwacht je dat ze bereid zijn het beleid aangaande Europa om te buigen. Nederland zou het voortouw kunnen nemen met een visie op een ander Europa, dat recht doet aan nationale en regionale democratische processen, dat de ruimte laat voor een ruimhartig sociaal beleid en minder dwingend is in zijn regulerende rol; een Europa dat eerder sociaal dan liberaal is.
Nederlanders kozen Jan Marijnissen (en Harry van Bommel) van de SP en André Rouvoet van de ChristenUnie toen het over Europa ging. Het gaat nog steeds over Europa. Welnu?
Copyright: Klamer, Arjo