Het gevoel van onbehagen is groot

by Arjo Klamer
De Twentsche Courant Tubantia, 6 December 2002
cat: Dutch; columns

De Nederlandse economie pruttelt voort. Van een echte recessie is geen sprake. Over het geheel genomen staan we er beter voor dan pakweg tien jaar geleden. Toch is de stemming somber en het gevoel van onbehagen groot.


Arjo Klamer
Als het aan economen ligt, beperken we ons tot de cijfers. Of u nu politicus bent, zakenman, winkelier, werknemer of consument, u zou moeten koersen op de cijfers van economische groei, winst, inkomen, vermogen en prijzen. Het aardige van de economie is juist dat het zoveel cijfers genereert. Iedere dag weer krijgt u nieuwe. Heeft u er niet genoeg, dan laat u weer wat berekeningen maken. Rationeel zijn zij, die koersen op de cijfers.

Althans dat zegt de theorie.

Maar hoe nuttig cijfers ook mogen zijn voor een indicatie van de stand van zaken, ze schieten altijd tekort. Cijfers geven nimmer een volledig beeld. En daarom zijn we in werkelijkheid voor een belangrijk deel aangewezen op ons gevoel. Dat is jammer voor economen want die gevoelens zijn moeilijk te verklaren en nog moeilijker te voorspellen. Onzekerheid blijft troef.

Deze week nog moest ik als bestuurslid van een culturele instelling mee beslissen over de continuering van de bedrijfsvoering. De tafel lag bezaaid met jaarrekeningen, prognoses en alternatieve scenario's, maar toen het erop aankwam, konden we toch niets beter doen dan elkaar in de ogen kijken om te achterhalen of we wel geloofden in een voortgang. De cijfers konden ons niet vertellen of het zou gaan lukken. De menselijke factor blijft moeilijk in te schatten. Dus kwam het aan op ons gevoel. Dat was even slikken.

En wat het toeval doet, weet niemand. Neem de accountantsbureaus. Nog geen jaar geleden barstten ze van de plannen om hun consulting tak uit te breiden. Inmiddels zijn al die plannen van de baan na de blamage van Arthur Andersen, het grote accountantsbureau dat mede door haar consulting activiteiten mee gezogen werd in de ondergang van Enron. Dat was toeval. Geen cijfer die dat had aangegeven. Daarom geeft het gevoel nu aan voorzichtig te zijn.

De stemming waarin mensen handelen is dus belangrijk. Een optimistische stemming is goed voor de economie, een pessimistische slecht. De barometer staat er momenteel niet goed voor. Worden mensen gevraagd naar hun inschatting van de economische situatie het komend jaar, dan overheerst het pessimisme. Het consumentenvertrouwen dat het CBS bijhoudt, steeg in oktober weliswaar een paar punten, maar het vertrouwen ligt nog onder het niveau van 1993, het laatste dieptepunt. Waarom mensen zich zo slecht voelen, is onduidelijk. Natuurlijk vallen de cijfers van het afgelopen jaar tegen - de winsten lopen terug, het werkloosheidspercentage loopt op, en de economische groei hangt tegen de nul procent aan - maar zo erg is het ook weer niet gesteld met de economie.

Het lijkt erop dat het onbehagen breder is dan puur economisch. Het lijkt dat het politieke onbehagen dat zich uit in proteststemmen tegen het politieke establishment - met de opkomst van eerst de LPF en nu de SP - overslaat op de economie. Wat de oorzaak van dat algehele onbehagen is, blijft een onderwerp van speculatie. We weten het domweg niet. Want het is toch gek dat Nederlanders die zich wentelen in een ongekende welvaart, zoveel onbehagen ten toon spreiden.

Zijn we soms verwend geraakt? Ik hoor het vaak zeggen. Mensen zouden een gespreid bedje willen. Ze worden kwaad wanneer de overheid het niet voor hen regelt. Misschien geven de problemen met de veiligheid, de integratie van allochtonen alsook de problemen in de zorg en het onderwijs echt wel aanleiding tot de akelige gevoelens waar zovelen mee rondlopen.

Of is het de komst van de euro, de onzekerheid van de markteconomie, de verharding van de samenleving, de verwarring van een overdaad aan keuzes? Ik vermoed dat het allemaal meespeelt. Kijk ik naar mijzelf, dan bemerk ik irritatie over de keuzes die ik steeds moet maken. Zijn het niet de verzekeringen, dan is het wel het pensioen, de telefoon, en nu weer de elektriciteit. Wat te doen? Heb ik wel de goede gegevens? Weet ik voldoende? En waarom lopen de managertypes met het geld weg en blijven mensen die belangrijk werk doen in de zorg en het onderwijs ondergewaardeerd?

De economie zal wel weer bijtrekken. De cijfers zullen ons weer manen tot rust en vertrouwen in de toekomst. Maar of daarmee het algehele onbehagen verdwijnt, valt te betwijfelen. De wereld verandert en niet iedereen voelt zich daar goed bij.