Geen angst voor dreigende taal over de hoge lonen

by Arjo Klamer
De Twentsche Courant Tubantia, 8 November 2002
cat: Dutch; columns


Working Dogs

Regelmatig roepen werkgevers, de directeur van het Centraal Planbureau, VVD-leider Gerrit Zalm en de minister van Economische Zaken in koor dat de lonen te hoog zijn. Dreigend spreken ze dan over de achteruit hollende concurrentiepositie van Nederland. Daar schrikken de vakbonden iedere keer zozeer van dat ze van de weeromstuit hun looneisen naar beneden bijstellen.

Het wordt tijd deze retoriek door te prikken. Het gepraat over lonen die de pan uitrijzen suggereert dat hoge lonen de grootste zorg zijn van producenten. Maar een hoog loon is maar één van de factoren waar het bedrijfsleven rekening mee moet houden. Een stijging van de wisselkoers met 5 procent is bijvoorbeeld heel wat vervelender dan een loonstijging van 5 procent, althans voor degenen die hun produkten buiten het eurogebied afzetten.

Hoge lonen zijn niet per definitie slecht voor de concurrentiepositie. Als alles om de lonen zou draaien, dan zou een land als Zwitserland al lang failliet zijn. Nog in Zwitserland geweest onlangs? Dan weet u hoe duur het daar is. Je zou zeggen dat zo'n duur land geen horloge of chocoladereep aan het buitenland kan slijten. Het tegendeel is waar. Sterker nog, de Zwitserse economie is ijzersterk en de gemiddelde Zwitser is bijna twee keer zo rijk als de gemiddelde Nederlander.

Wat ook niet klopt is dat gepraat over onze concurrentiepositie. Men praat alsof Nederland één grote BV is. Bekijk je het zo, dan maken sterke loonstijgingen het concurreren met andere landen inderdaad moeilijker. Maar landen concurreren niet, bedrijven concurreren. De tuinders concurreren met elkaar en met tuinders in andere landen. Philips concurreert met Sony. Lonen zijn maar één van de factoren die in die concurrentieslag meedoen. Lonen in Kenia zijn veel lager dan hier, maar daarmee is niet gezegd dat Keniaanse tuinders de onze kapot kunnen concurreren. Een goede infrastructuur, een betrouwbaar overheidsbeleid, duidelijke regelgeving, de kwaliteit van het onderwijs, een goed werkklimaat, goed vervoer, technologische kennis en goed management zijn factoren die zeker zo belangrijk zijn.

Voor sommige bedrijven zijn loonstijgingen zelfs wenselijk. De Nederlandse kennissector betaalt flink minder dan de kennissectoren in Duitsland en de VS. Willen we de goede mensen behouden en meer goede mensen uit het buitenland aantrekken, dan zullen de beloningen flink omhoog moeten. In Londen zijn de lonen erg hoog en toch vestigen de bedrijven zich er graag. De reden is dat het om hoogwaardige dienstverlenende bedrijven gaat die de hoge lonen graag betalen om de hoogopgeleide mensen te rekruteren die zich in een stad als Londen bevinden.

Dat is ook de reden dat Zwitserland het goed blijft doen. Ja, het is er duur en je betaalt hoge lonen. Maar waar vind je mensen die zo gespecialiseerd zijn in precisiewerk als in Zwitserland? In ons land probeert de (van oorsprong Duitse) econoom Alfred Kleinknecht al jarenlang deze boodschap aan de man te brengen. Hij daagt uit met de bewering dat de lonen hier eerder te laag dan te hoog zijn. Niemand die zich er wat van aantrekt. En zo blijft het beleid gefixeerd op lage lonen en lastenverlichting. Het is het beleid van kruideniers. Zouden we ondernemers zijn, dan zouden we inzetten op investeringen in het onderwijs en technologisch onderzoek, en zouden we een flinke stijging van de lonen accepteren als de prijs die we moeten betalen voor steeds betere arbeid. Alle nadruk zou komen te liggen op hoogwaardige produkten en kennisintensieve diensten.

Kortom, laat u zich niet bang maken door die dreigende taal over onze hoge lonen en onze concurrentiepositie. Let maar op. Begin volgende week komt er weer een rapport dat aangeeft hoe wij er internationaal voor staan. Vorig jaar stonden we op de achtste plaats. Misschien zijn we een paar plaatsen gezakt, misschien zijn we wel een plaatsje geklommen. Het doet er niet al te veel toe. We staan er hoe dan ook goed voor. Dat hebben we te danken aan ons stabiel economisch klimaat, goede regelgeving, sociale stabiliteit, een goed ontwikkelde communicatietechnologie, een hoge mate van vertrouwen en slechts voor een deel aan ons loonbeleid. Ik stel voor dat we ons richten op de zaken die echt belangrijk zijn voor de vitaliteit van onze economie.