
De nederlaag van Zalm in het debat over het stabiliteitspact geeft aan hoe de zaken ervoor staan in Europa. De grote jongens in de club maken de macht uit. Zij zijn de grote gorilla's die kunnen zitten waar ze willen. De kleinere jongens mogen toekijken. Dit alles is blijkbaar onderdeel van de droom die Europa heet te zijn. Het lijkt steeds meer op een nachtmerrie.
De reden om indertijd tegen de euro te zijn was het ontbreken van een sterke politieke unie. Een sterke munt vereist een sterke politiek want alleen dan zijn gemeenschappelijke afspraken dwingend. Wanneer een partij (Duitsland vooral) die zich gebonden heeft aan een duidelijke afspraak, zich aan die afspraak onttrekt zodra deze tegen het directe eigenbelang ingaat, en wanneer de macht ontbreekt om dat af te straffen, is er sprake van een zwakke politieke unie. Stel eens voor dat de provincie Groningen de tekorten op haar begroting laat oplopen. Binnen een mum van tijd zal Den Haag ingrijpen. De Groningse commissaris kan hoog of laag springen, maar de kans is groot dat hij zijn baan verliest. Een provincie kan niet tegen Den Haag op (zoals de Gelderse bestuurders momenteel merken). Nederland staat dus voor een sterke politieke unie. Europa hangt van compromissen en labiele coalities aan elkaar(en dat wordt alleen maar erger met de 10 nieuwe lidstaten die er straks bijkomen).
Een munt heeft een sterke politieke unie nodig omdat die munt waargemaakt dient te worden. De autoriteiten moeten de macht hebben de inflatie in bedwang te hebben. Ze moeten daarom de macht hebben om overheidsbegrotingen in de hand te houden, de geldhoeveelheid te beheersen en liefst ook om in te grijpen wanneer loon- en prijsstijgingen uit de hand dreigen te lopen. Het is daarbij wenselijk dat de autoriteiten het vermogen hebben om te sterke onevenwichtigheden in het eurogebied te corrigeren. Daarvoor hebben ze geld nodig, veel meer geld dan ze nu hebben. Dat betekent dat ze moeten kunnen belasten. De euro vraagt dus om een Europese belasting. Maar dat kan alleen als die Europese democratie volwaardig is zodat u en ik tenminste het gevoel hebben dat we zeggenschap hebben over wat er met "ons" geld gebeurt in dat grote Europa. Dus het Europese parlement moet meer macht hebben. En een sterke munt vraagt om een gemeenschappelijk buitenlands beleid. Dat komt er op neer dat de beoogde Europese commissaris voor buitenlandse zaken namens alle Europeanen moet gaan spreken.
Op alle fronten zijn bewegingen in de richting van een sterkere Europese politieke unie zichtbaar. De Europese grondwet is een duidelijke stap. Die grondwet regelt onder meer de stemverhoudingen met als doel dat de Europese besluitvorming efficienter wordt. Langzaam maar zeker wordt gewerkt aan een gemeenschappelijk buitenlands beleid met een heus Europees leger. Over Europese belastingen durft men nog niet te beginnen, maar over meer macht voor de Europese democratie wel. Ook zullen we een Europese president moeten accepteren die
namens "ons" Europeanen zal spreken, maar die "wij" niet gekozen hebben. Dit alles moet leiden tot een sterkere politieke unie.
Zoals alles met Europa, worden de plannen gepresenteerd als zijnde onvermijdelijk. De trein moet voort. Er is geen alternatief. U zult dat volop horen in de reclame campagne die de regering zal starten om u en mij te verleiden om voor de Europese conventie te stemmen.
De afgelopen episode met het stabiliteitspact maakt eens te meer duidelijk wat een illusie die politieke unie is. En hoe weinig die Europese democratie voorstelt. De Europese politieke unie is zwak omdat een lidstaat sterker is dan de Europese commissie in Brussel. Tenminste als de lidstaat groot is. Het Europees parlement heeft niets in te brengen en ook de Europese Centrale bank kijkt machteloos toe. Haar nieuwe president Trichet protesteerde wel, maar de gorilla's grommen hoogstens even en doen vervolgens wat ze willen. (Dus ook de indertijd veel geprezen constructie van een onafhankelijke Europese Centrale Bank werkt politiek niet.)
Ondertussen kunnen we ons in dit landje afvragen wat onze minister Zalm gaat doen. Hij mag door sommigen dan wel als held neergezet worden, als de David die de Goliath te lijf wilde gaan, hij is in feite de grote verliezer. U herinnert zich misschien nog dat Zalm het stabiliteitspact indertijd als garantie wilde alvorens hij bereid was als minister van Financien de gulden op te geven. Het stabiliteitspact was een sine qua non. Alleen met de afspraken in dat pact zou een harde euro gegarandeerd zijn. Bolkestein, de politieke leider aarzelde over de euro totdat dat pact er lag; toen ging ook hij om. Het bezwaar dat het pact een wassen neus was-ik hoor het Piet Dankert, ooit voorzitter van het Europees parlement, nog zeggen--, wuifde hij weg. Afspraak is afspraak. Een paar jaar later blijkt Zalm ongelijk gehad te hebben. Nota bene de Duitsers, de bedenkers van het pact, lappen het nu aan hun laars.
Het beeld doemt op van die arme Chamberlain, de vooroorlogse Britse premier, die ook met een duidelijk pact thuis kwam. Ook toen waren het de Duitsers die de afspraak schonden. De geschiedenis heeft Chamberlain als naief beoordeeld. Zalm zou ook naiviteit verweten kunnen worden. Hij was gewaarschuwd. Maar hij besloot de waarschuwingen te negeren en die euro op basis van het pact toch in te voeren. Nu voelt hij zich, om met Wellink te spreken, beduveld. Maar hij zou ook kunnen toegeven indertijd naief te zijn geweest en de situatie verkeerd ingeschat te hebben.
Zalm heeft nu twee opties. Of hij treedt terug omdat de harde garanties die hij had afgedwongen voor de euro flut gebleken zijn. Of hij wordt aanvoerder van de campagne om de gulden terug te krijgen. Want het moet hem toch ook duidelijk geworden zijn dat deze Europese trein een heilloze weg aan het berijden is.