Ik vind Europa een weinig aantrekkelijk verhaal

door Gerard Raemaekers (freelancer bij Stichting Aarde)
Solidariteit, July, 2002
cat: europe, interviews

De invoering van de euro

'De euro is van ons allemaal.' Deze slogan hebben we uit den treuren moeten horen en zien via radio en televisie. Begin dit jaar was het eindelijk zo ver. In heel Europa popelden miljoenen mensen om het nieuwe geld in handen te krijgen. Ook in 'eurokampioen' Nederland stonden na de jaarwisseling lange rijen van nieuwsgierigen voor de geldautomaten. Maar zo mooi is de euro nou ook weer niet.

In tegenstelling tot wat de propaganda over het financieel gemak en economisch voordeel deed geloven, was de invoering van de euro puur politiek van aard. Geen sluitstuk van een monetaire Europese eenwording, maar een stap op weg naar verdere politieke integratie. Eerst moesten wij, de burgers, de euro accepteren, en dan konden de eurocraten in Brussel werken aan de acceptatie van die integratie, oftewel een verdere afkalving van de soevereiniteit van de lidstaten. Deze strategie is achterbaks, een democratisch Europa onwaardig. Het belang van een publiek debat over Europa is groter dan ooit om te voorkomen dat een totale integratie van Europa via een sluipweg tot stand komt. Arjo Klamer: "Ik pleit voor een kleinschalig, democratisch en sociaal Europa."

Culturele context

"Ik ben tegen het Europa van de grootmachten", zegt Klamer, hoogleraar economie van de kunst en cultuur aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. "Reguliere economen denken dat de waarden van goederen op de markt worden vastgesteld. Maar volgens mij worden de belangrijkste waarden in andere sferen buiten de markt bepaald. Dan denk ik bijvoorbeeld aan waarden als het schone, het goede die in de kunsten, de wetenschap worden vastgelegd."

Een economie functioneert altijd in een culturele context, een context van gedeelde normen, gewoontes, geschiedenis, de mogelijkheid ergens bij te horen. Mensen hebben elkaar nodig; pas in groepen komen ze tot hun recht. "Ik raak er steeds meer van overtuigd hoe belangrijk die culturele context is voor het functioneren van een economie, dat een markt beter werkt als mensen vertrouwen in de economie hebben of als mensen gemeenschappelijke waarden hebben. Bedrijven werken dan beter, maar ook markten."

"De vitaliteit van het democratisch gehalte van Europa hangt af van de betrokkenheid van de burgers. Het gaat om de mensen, niet om systemen en instellingen", vervolgt Arjo Klamer, ook voorzitter van de Vereniging Democratisch Europa die streeft naar een waarachtige verbondenheid van de burgers met Europa. "Cruciaal is dat de inwoners van Europa zich betrokken voelen bij de Europese gemeenschap. Dit bereik je niet door propaganda, ook niet door dure campagnes als 'De euro is van ons allemaal'. Betrokkenheid bij Europa krijg je pas echt als je publieke debatten met uiteenlopende visies over Europa houdt."

Texel van Europa

Steeds weer wijst men erop dat het verenigd Europa het grootste marktgebied zonder grenzen ter wereld is, en dat de euro de dollar kan gaan vervangen als internationale reservevaluta. De Europa-ideologen willen door middel van bundeling van krachten de dominantie van de VS doorbreken en krachtig de concurrentie aangaan met de Amerikaanse, Japanse en 'tijger' economieën. Liberalisering van de markt, korting op overheidsuitgaven en de euro zijn slechts eerste zetten in dit lange termijn project. "Maar een wereldmunt heeft een wereldmacht nodig. Daarom zal Europa zo af en toe z'n spierballen moeten laten zien. Een Europees leger is dan onvermijdelijk; Europa moet bereid zijn politieagent in de wereld te zijn. Europeanen realiseren zich dat niet. Zo'n gemeenschappelijke munt veronderstelt ook een gezamenlijk buitenlands beleid. Een eigen buitenlands beleid zit er vervolgens voor Nederland niet meer in. Noch gedonder met veeleisende vakbonden die de eigen begroting uit de hand laten lopen. De eurocraten zullen er alles aan doen om de manoeuvreerruimte van de afzonderlijke lidstaten in te perken. Nederland wordt het Texel van Europa."

"De euro is verantwoordelijk voor een verdere afkalving van sociale voorzieningen en een uitverkoop van de publieke zaak. Je zou kunnen zeggen dat Paars in Nederland zo in de problemen zit, omdat er vanwege Europa enorm veel bezuinigd moest worden om tegemoet te komen aan de Europese criteria."

Milton Friedman, de lange tijd verguisde Zuid-Amerikaanse econoom, heeft op Europees niveau toch gelijk gekregen. Hij pleitte voor een heel strak monetair beleid, een minimale overheid, uitholling van de publieke sector ten gunste van de private verrijking. "Datzelfde gebeurt in Nederland; sommige Nederlanders worden enorm rijk, terwijl de kwaliteit van de publieke voorzieningen afneemt: private rijkdom tegenover publieke armoede. Voor kwalitatief goede voorzieningen moet betaald worden. Als je geld hebt, kun je bepaalde voorzieningen wel betalen; heb je het geld njet, dan vis je achter het net. Zo ontstaat een tweedeling tussen eersterangs en tweederangs burgers."

Verstandshuwelijk

"Op dit moment zijn er maar weinig mensen die zich openlijk uitspreken tegen Europa; ik ben er één van. Ik lever kritiek, omdat ik geloof in een kleinschalige, sociale en democratische Europese samenleving. Ik vertrouw sterk op het vermogen van kleine landen als Nederland om democratisch, vitaal en sociaal te blijven", meent Klamer. "Met de invoering van de euro zijn we eigenlijk met elkaar getrouwd, maar alleen op zakelijke gronden, niet op emotionele en culturele gronden. Het is dus een verstandshuwelijk, en dat werkt goed zolang partijen er beter van worden. Mijn verwachting is dat dit zich op een gegeven moment gaat wreken. Een hele tijd werd gedacht: 'het zit wel goed zo'. Maar nu blijken mensen in Nederland toch plotseling onvrede te hebben; vandaar de opkomst van mensen als Fortuyn. Wat hij te weeg heeft gebracht, is opmerkelijk. Het geeft aan hoe riskant het is de burgers te verwaarlozen. Vele Nederlanders, maar ook vele Duitsers en andere Europeanen, voelen zich genegeerd in de Europese zaak. Dat kan zich zo maar tegen de Europese integratie keren."

"Met de euro geef je een stuk van je binnenlands beleid op; zeker met het stabiliteitspact ben je met handen en voeten gebonden. Een land mag zich geen begrotingstekort groter dan 3 procent van het Bruto Nationaal Product veroorloven. Liep voorheen bijvoorbeeld in Duitsland dit tekort op tot 2,5 procent, dan gaf de Duitse regering wat meer uit aan projecten om de economie te stimuleren. Maar dat kan nu niet meer, want Duitsland zit vast aan die limiet van 3 procent. Zo maakt de euro een typisch Keynesiaanse begrotingspolitiek (werken met desnoods grote begrotingstekorten ten einde de vraag te stimuleren) dus onmogelijk. Diezelfde begrotingsdiscipline zal ook bij de zeven nieuwkomers uit Oost Europa leiden tot bezuinigingen op zorg, onderwijs, openbaar vervoer, en dientengevolge veel problemen brengen. En zal Nederland over een aantal jaren bereid zijn Italië te helpen bij een dreigend begrotingstekort ten gevolge van pensioenverplichtingen? Want we zijn toch met elkaar getrouwd; we zouden elkaar toch helpen?"

Nationalistische sentimenten

"Ik geef nu wel voorbeelden van economische problemen, maar naar mijn verwachting zal Europa veel eerder aangetast worden door een politieke crisis. Politiek is emotioneel, heeft te maken met ego's, met trots", gaat Klamer verder.

Het grote probleem waarmee Europa worstelt, is dat het politieke establishment een Europa van markt, macht en misère wil. Maar het overgrote deel van de Europeanen weet nauwelijks wat er gebeurt, en zal zich uiteindelijk gaan verzetten tegen dit Europa van het establishment. "Zo zal het een enorm probleem worden voor de Franse bevolking om één van de vijftien, of straks van de tweeëntwintig, landen te zijn. Hetzelfde geldt voor de Engelsen; niet voor niets pleit Margaret Thatcher voor een terugtrekking uit Europa. En straks zal ook de Duitse bevolking zeggen 'we hebben Europa niet meer nodig'. Nationalistische sentimenten nemen toe in het Italië van Berlusconi, in het Franrijk van Le Pen. Patstellingen in de Europese politiek zullen schering en inslag worden. Dan dondert deze hele constructie toch in elkaar?!"

Maar we zitten helemaal niet vast aan de euro. "Wat ik erg vind, is de retoriek dat de ingeslagen weg onomkeerbaar is. Dat is natuurlijk kul. Het beeld dat de burgers wordt voorgehouden, is dat van een trein die doordendert. Europa-ideologen houden eurosceptici voor dat de trein moet blijven rijden. De bestuurders van de locomotief roepen de burgers op om mee te gaan, want een alternatief is er niet. Het is denkbaar dat hierdoor de nationalistische gevoelens juist toenemen, in plaats van afnemen. De kans is groot dat de Europese burgers de Europese constructies gaan zien als zondebok voor al hun problemen. En als de euro niet lukt, is dat pijnlijk, zoals bij een echtscheiding, maar nog geen ramp; dan stappen we gewoon weer over op de gulden. En de mensen vinden dat nog leuk ook."