Warning: include(/home/macdonald/www.klamer.nl/templates/page.php) [function.include]: failed to open stream: No such file or directory in /home/.nudge/macdonald/www.klamer.nl/articles/dutch/maak1.php on line 7

Warning: include() [function.include]: Failed opening '/home/macdonald/www.klamer.nl/templates/page.php' for inclusion (include_path='.:/usr/local/php5/lib/php:/usr/local/lib/php') in /home/.nudge/macdonald/www.klamer.nl/articles/dutch/maak1.php on line 7

by Arjo Klamer
NRC, Opinie: zaterdag 14 oktober 2006
cat: knowledge; columns

Pleidooi voor een nieuw politiek programma

Geluk lijkt een individuele zaak. Maar de overheid kan ertoe bijdragen dat burgers gelukkiger worden, bijvoorbeeld door grotere gelijkheid na te streven en deskundigheid in ere te herstellen.

Geluk is in. Tijdschriften wijden hun hoofdartikelen eraan, onderzoekers hebben het als onderwerp op hun agenda staan, en de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur organiseert samen met deze krant een reeks debatten over geluk. Zoveel aandacht wijst op een gebrek. Blijkbaar overheerst het gevoel dat iets ontbreekt aan ons geluk. De vraag is wat we daar aan kunnen doen. De reflex is naar de overheid te kijken. Kan de overheid ons soms niet gelukkiger maken?

Die vraag klinkt kinderachtig: "Ik voel me minder gelukkig de laatste tijd, dus overheid, komt er nog wat van?" Alsof de autoriteiten verantwoordelijk zijn voor het geluk van u en mij. Maar zo gek is die verwachting toch ook weer niet. Mijn wetenschap, de economische, bestudeert hoe individuen en samenlevingen hun geluk kunnen maximaliseren. De gedachte daarbij is steeds geweest dat economische groei mensen gelukkiger maakt. Hoe rijker hoe gelukkiger.

Politici volgen deze wijsheid blijkbaar, want waarom zouden de grote politieke partijen anders de nadruk leggen op voortdurende economische groei? Ook in hun verkiezingsprogramma's gaat het vooral daarom. U en ik moeten meer en harder werken, zodat de economie weer flink gaat groeien en we allemaal gelukkiger worden. De overheid wil een geluksmaker zijn.

Wat blijkt? Nederlanders zijn met gemiddeld een 7,5 een opvallend gelukkig volk, heel wat gelukkiger bijvoorbeeld dan de flamboyante Italianen en de voortdurend glimlachende Amerikanen. Met de Denen en IJslanders behoorden we tot de meest tevreden mensen op aarde. De afgelopen jaren zakken we evenwel terug en daarmee doen we mee aan een voor economen onthutsende trend: net als Amerikanen en Engelsen worden we rijker, maar niet gelukkiger.

Iets klopt hier niet. Doet de overheid iets fout? Of klopt de economische theorie niet meer en is geluk niet afhankelijk van ons inkomen?

Wat is geluk überhaupt? In het eerste Rotterdamse debat over geluk liet de schrijver Marcel Möring weten er weinig mee op te hebben. Het leven is lijden, volgens hem. Waarop Ruut Veenhoven hem wist te vertellen dat ongelukkige mensen gemiddeld twee jaar minder leven dan gelukkige mensen.

Zo ongelukkig oogde Möring ook weer niet. De verwarring ontstaat doordat geluk gauw doet denken aan gevoelens van euforie, aan het gevoel dat mensen moeten hebben wanneer ze de loterij winnen, verliefd zijn, of heel lekker aan het eten of drinken zijn. Dat zijn van die kortstondige geluksmomenten die vervolgens als zeepbellen uit elkaar kunnen spatten. Veenhoven richt zich daarom op het gevoel van tevredenheid. Dat is standvastiger, minder afhankelijk van het moment.

In dit soort discussies wordt ook steeds duidelijker dat geluk niet veel te maken heeft met geld. Natuurlijk vindt u het fijn als u een flinke som toegestopt krijgt. Op dat moment maakt geld gelukkig. Maar hoe lang duurt dat effect? Misschien wilt u mijn vuile werk opknappen tegen een flinke betaling, maar hoe lang wilt u dat doen? Vraag ik u om meer van dat werk te doen, dan kan ik u wellicht alleen maar gelukkig houden als ik steeds meer wil betalen. Hoe lang houden u en ik dat vol? Geld alleen maakt uiteindelijk niet gelukkig. Het gaat er bijvoorbeeld om wat u met dat geld gaat doen, of u daarmee gelukkig wordt.

Nu is het uitgangspunt van de economische theorie dat u gelukkig wordt door het geld uit te geven, dat u gelukkiger bent met een betere auto, een groter huis, een luxere vakantie, duurdere diners en meer van andere genotsmiddelen. Maar dat blijkt niet meer te kloppen. Want hoewel de consumptie van dergelijke middelen enorm toegenomen is, worden mensen toch niet gelukkiger. Eerder het tegendeel is het geval. Zijn we te rijk? Raken we verveeld? Hebben we steeds meer nodig om gelukkiger te worden? Of is het iets anders?

Uit onderzoek blijkt onder andere dat geluk relatief is. We spiegelen ons aan anderen. Gaan de buren verder en langer met vakantie, dan voelt de eigen vakantie wat minder goed. De buren mogen daardoor dan wel gelukkiger zijn, maar wij zijn dat juist niet. Dat betekent dat wanneer iedereen tegelijk rijker wordt, het totale geluksgevoel niet hoeft toe te nemen. Maar het betekent ook dat wanneer de ongelijkheid toeneemt, het totale geluk neigt af te nemen.

Dat blijkt het geval in Nederland. De grote salarissen die sommige Nederlanders weten op te strijken, roepen heftige reacties op. De grote auto's waarin veelal dezelfde Nederlanders rondrijden, irriteren. Tegelijkertijd voelen velen dat ze de boot missen omdat zij achterblijven met hun salaris. Doordat mijn bestuurders drie keer zoveel verdienen als ik als hoogleraar, ga ik me haast arm voelen.

Eenzelfde reactie ontstaat bij prestatiebeloningen. Krijgen degenen die beter presteren meer, dan mogen zij misschien wel gelukkiger zijn, maar de rest zal ongelukkiger worden. En omdat de laatste groep meestal in de meerderheid is, gaat het totale geluk omlaag.

Hoe dan ook, ongelijkheid maakt ongelukkig. Een overheid kan daarom helpen door meer gelijkheid in de samenleving na te streven.

Onderzoek maakt verder duidelijk dat geluk in de zin van je goed voelen niet zozeer een kwestie is van consumeren, maar van het goede doen. Het goede gevoel komt als je dat wat je doet, goed doet. Dus als je het goed doet als vader, als manager, als leraar, als verpleegster, als dakbewerker, als vriend, of als wat dan ook. Ik voel me goed als een college goed is gegaan, en voel me heel wat minder als studenten apathisch blijven, ik zelf de draad van het betoog kwijtraak, of gewoon niet goed in het college zit. Ik voel me goed als ik een positieve bijdrage weet te leveren aan het huiselijk leven, wanneer ik iets voor een vriend kan doen, of wanneer ik maatschappelijk iets weet bij te dragen. Als dit stuk op een of andere manier niet goed blijkt te werken, voel ik me niet zo goed. Kortom, geluk is een kwestie van je best doen.

Dat geluk niet zozeer komt met het consumeren maar eerder met goede doen, is iets waar de klassieke Griekse filosofen al op hamerden. Aristoteles betoogde dat het goede gevoel een gevolg is van het streven naar het goede. Het gevoel dat komt met het voortreffelijk uitoefenen van onze taken en rollen, noemt hij eudaimonia.

Dat is een mooi woord om paraat te hebben. Ik begrijp daar de dakwerker mee die een lek bij mij moest repareren. Ik wilde wel eens weten wat nou zo leuk is aan het vak van dakwerker. Dat kon hij me wel vertellen. Dat bij ons was een routineklus; daar beleefde hij weinig lol aan. Het beste gevoel hield hij over wanneer de oorzaak van een lek niet te vinden is, en om het dan te lokaliseren op een onwaarschijnlijke plek. Het ging hem dus om de uitdaging.

Voor advocaten is het niet anders, kom ik in mijn huidige onderzoek achter. De één na de ander laat weten dat ze meer creativiteit in hun werk willen om daarmee aan te geven dat ze meer aangesproken willen worden op hun deskundigheid en de uitdaging van hun vak willen ervaren. De weg van de minste weerstand is niet per se de weg die goed doet voelen. Het gaat er om te kunnen doen waar we goed in zijn, en dat ook goed te doen.

Hier komen opvoeding en onderwijs om de hoek kijken. Willen onze kinderen de kans krijgen het goede te doen, dan kunnen wij, hun ouders, hun leraren en hun docenten, hen daar in bijstaan en een handje bij helpen. Onderwijs wordt dan niet alleen een zaak van het bijbrengen van competenties, maar ook het leren van het zijn, en van het goede doen.

Dat is de morele taak van het onderwijs. Het wordt tijd dat die taak expliciet aan de orde komt. Het is ook één van de redenen om te werken aan een nieuwe academische instelling, de academia vitae).

Een nuttig begrip is ook flow, zoiets als stroom, van de Amerikaanse psycholoog Mihalyi Csikszentmihalyi ('Chick send me high'). Dat is het gevoel dat we hebben wanneer alles klopt en alles perfect gaat. Een leraar heeft dat wanneer zijn klas loopt als een trein, als iedereen meedoet, en de ogen oplichten van opwinding. Een verpleegster heeft dat wanneer haar zorg de patiënt beter doet voelen, en een atleet ervaart de flow wanneer hij een topprestatie levert als in een roes. Maar een flow komt niet zomaar. Daar moet je je stinkende best voor doen. Dus ook flow is een kwestie van goed doen.

Als geluk komt met iets goed doen, zouden we ons ongelukkig voelen wanneer we daar op een of andere manier niet in slagen, of als we de kans er niet voor krijgen.

Een lerares wordt ongelukkig wanneer ze wegens administratieve rompslomp de kans niet krijgt om goed les te geven, en een verpleegster raakt de zin in haar werk kwijt als ze voortdurend op haar horloge moet kijken en daardoor niet de zorg kan geven die haar patiënt nodig heeft. De echte en toegewijde ambtenaar zal moeite met de flow krijgen wanneer hij te horen krijgt dat de ambtenarenstatus afgeschaft moet worden.

Kortom, al het onderzoek wijst erop dat een eerherstel voor de ambten en deskundigheid geboden is. Ook daar kan de overheid ons een dienst bewijzen, door te stoppen met de afbraak van beroepen, het waarderen van het eigenlijke van de ambtenaren status, en het herwaarderen van zorgzaamheid als deugd van zorgzame beroepen.

Naast in staat zijn en in staat worden gesteld om iets goed te doen blijkt dat ook het gemeenschappelijke een grote rol speelt in de geluksbeleving van mensen.

Het goede gevoel mag dan individueel zijn, het ontstaat vaak in gemeenschap met anderen. Alleen van een film genieten is niet half zo bevredigend als het genieten met iemand anders. Een gezin wordt leuker als de partner zich er ook goed bij voelt. Hetzelfde geldt voor de samenleving. De Nederlandse samenleving wordt er niet gezelliger op nu zoveel Nederlanders er moeite mee hebben.

Hier belanden we bij een belangrijke oorzaak voor het grote onbehagen dat Nederlanders in zijn greep heeft. In verschillende enquêtes maken Nederlanders duidelijk dat ze zich minder goed voelen over deze samenleving, dat ze haar als harder en killer ervaren. Veel respondenten geven aan dat ze last hebben van het verlies aan onderlinge solidariteit. Het gemeenschappelijke is een goed dat mensen met elkaar delen, en waar ze al dan niet een goed gevoel over hebben. Dat gevoel wordt dus slechter.

De boodschap is duidelijk. Geluk is een kwestie van het goed doen en het goede doen, en dat is de verantwoordelijkheid van een ieder van ons. Maar de overheid kan het algehele geluk bevorderen door:
—te streven naar grotere gelijkheid, meer aandacht te geven aan de morele dimensie in het onderwijs – aan het leren hoe het goede te doen,
—ambten en deskundigheid in ere te herstellen, en
—de gemeenschapszin te versterken, onder andere door onderlinge solidariteit te benadrukken.
—Zo kan je ook van 'geluk' een criterium maken om de verkiezingsprogramma's te toetsen.