Nederland is op vakantie. Voor achterblijvers is dat geen pretje: niemand is bereikbaar en beslissingen worden niet genomen. Niet zo gek dat ook de economie een zomerdip heeft.
'Blijf in het hotel waar je ingecheckt bent, probeer niet met de trein te reizen en bezoek geen bezienswaardigheden.' Lonely Planet raadt zijn lezers af de eerste week van mei en de eerste week van oktober door China te reizen. Want in die nationale vakantieweken, als alle bedrijven sluiten, trekken miljoenen Chinezen erop uit in eigen land. Authentieke stadjes veranderen in parkeerplaatsen voor touringcars, culturele gelegenheden in pretparken en op de stranden kun je de zee niet meer bereiken.
Om dergelijke aanslagen op infrastructuur en recreatievoorzieningen te voorkomen, is in Nederland in 1986 de vakantiespreiding ingevoerd. Voor ons geen zwarte zaterdagen, massale trektochten en overbevolkte campings. Maar het spreiden van de vakantie heeft ook een nadeel: waar het bij de Chinezen na een week weer business as usual is, draaien wij twee maanden op halve kracht. En dat kost geld. Veel achterblijvers, die al weken niemand kunnen bereiken en zelf de post moeten sorteren, zullen zich ongetwijfeld afvragen of wij er niet goed aan zouden ook allemaal tegelijkertijd op vakantie te gaan. Een week in mei en een week in oktober is misschien wat kort, maar Frankrijk en Italië gaan een maand 'op slot', waarna iedereen weer tegelijk aan het werk gaat. Goed, het is dan druk op de weg en de camping, maar eenmaal terug kun je tenminste je werk doen.
Ook voor dit artikel viel het niet mee deskundigen te vinden. Enkele reacties: 'Sorry, normaal had ik je graag geholpen, maar nu niet. Ik zit al op mijn vrije dag op kantoor omdat iedereen met vakantie is.' De volgende: 'Ik ga morgen op vakantie en ik moet nog zoveel afronden. Als je over drie weken belt, heb ik tijd.' En de telefoniste van een ander: 'Nee, ze kan niet aan de telefoon komen. Te druk. Ze vervangt ook nog twee collega's, weet u.'
Officiële cijfers over de kosten van vakantiespreiding zijn er niet. Maar met de cijfers van het CBS valt wel een schatting te maken. Gemiddeld genomen over de afgelopen twintig jaar ligt het bruto binnenlands product (bbp) gedurende de maanden juli en augustus 3,5 procent lager dan in de overige maanden. Dat komt neer op een vakantiedip van bijna vier miljard euro. Een bescheiden effect volgens Lydia Geijtenbeek, economisch woordvoerder bij het CBS, 'maar dat komt ook doordat in dit bedrag de inkomsten uit het toerisme zijn meegenomen en die sector draait nu op volle toeren.'
Arjo Klamer, hoogleraar economie van kunst en cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, komt, weliswaar voor alle vakanties tezamen, op een minder bescheiden bedrag uit: tachtig miljard euro. Nederlanders geven volgens hem zeven procent van hun besteedbaar inkomen uit aan vakantie en doordat je niets verdient voor je werkgever als je op vakantie bent, is het effect dubbel zo groot. En dan is er nog de economische schade door vakantiedepressies en de vakantieblues. Klamer: 'Ik zit nu zelf middenin dat laatste. Het duurt altijd een paar weken voor ik weer met volle vaart vooruit kan.'
Wat wij volgens zijn berekeningen uitgeven aan vakantie is veel meer dan aan gezondheidszorg en onderwijs. 'Ik heb wel eens voorgesteld per Nederlander twee vakantiedagen in te leveren voor een betere gezondheidszorg, maar dat is onbespreekbaar. We vinden vakantie belangrijker dan wat dan ook.'
Doordat we zo veel vakantie hebben, hebben we ook steeds weer behoefte aan vakantie, zegt Klamer. Want als we uiteindelijk met zijn allen aan de slag zijn, moet er een hoop goedgemaakt worden en dat veroorzaakt stress. Wat maakt dat we na enige tijd weer allemaal roepen dat we hard aan vakantie toe zijn. 'Dat zul je een Amerikaan met enkele vakantiedagen per jaar nooit horen zeggen', aldus Klamer.
Of je die vicieuze vakantiecirkel zou willen doorbreken, hangt volgens hem af van onze ambities. 'In Japan, China en Amerika werken ze veel harder, dus als je mee wilt in de vaart der volkeren is het de vraag of we dit kunnen volhouden.'
Lans Bovenberg, hoogleraar economie in Tilburg, kijkt positiever tegen vakantie aan. 'Vakantie is het onderhoud van je kapitaal, de mensen in een organisatie. Vrije tijd brengt balans en haalt de focus weg van het werk. Mensen kunnen aan relaties werken, dat is vaak hard nodig.' Bovendien kun je vakantie volgens de hoogleraar ook zien als investering in een hogere arbeidsproductiviteit. Cijfers van het CBS bevestigen zijn visie: productie en omzetten stijgen licht in september en pieken in oktober. 'We zijn dan wel erg gericht op vrije tijd, maar als we werken, zijn we productiever dan waar ook ter wereld.'
Maar als we om de economische effecten te dempen en de zomerperiode op kantoor dragelijker te maken, toch een alternatief voor de vakantiespreiding zouden willen, weet Bovenberg er nog wel één: nog meer spreiding. We zouden bijvoorbeeld de eerste scholen in juni vakantie kunnen geven en de laatste pas eind september weer laten beginnen. 'Als je een bepaalde productie wilt draaien, kun je dat beter over een heel jaar verspreiden dan een periode helemaal sluiten. Je hebt dan minder grote fabrieken nodig en je kunt toe met kleinere kantoren, omdat je met minder mensen tegelijk werkt. Ook voor de files is het gunstig, want als je gedurende een maand per jaar de wegen niet gebruikt, moet je voor de rest van het jaar meer capaciteit bouwen, omdat dan iedereen werkt.' Je kunt het concept verder doorvoeren volgens Bovenberg en zelfs nadenken over doorwerken op zondag. Minder files en een evenwichtiger gebruik van recreatievoorzieningen zijn het gevolg. 'Het probleem is dat we dan samen naar de kerk of het voetbal willen, maar naarmate de samenleving individueler wordt, zullen we daar vaker van af stappen.'