Kunstwereld moet gelfruif niet willen

by Arjo Klamer
NRC Handelsblad, 20 May 2000
cat: culture

Het vierjaarlijkse ritueel van de financiele voedering van onze kunstzinnige instellingen is volop aan de gang. En dat betekent dat vrijwel iedereen die wat wil op artistiek gebied zich momenteel rond de ruif van de overheid verdringt. Het is dringen geblazen want voor een wel zeer hongerige kunstsector is de ruif mager gevuld. Maandag kwam de sector zelf met een advies over de verdeling van het geld. De Raad van Cultuur wikte en woog en adviseert nu een aantal grote gezelschappen te kortwieken en zelfs op te doeken, een paar kleine gezelschappen groot te maken en tal van kleine gezelschappen en instellingen een structurele kans te geven. De beurt is nu aan de staatssecretaris om het advies van de sector al dan niet te aanvaarden; het laatste woord is aan het parlement. Iedereen doet ongetwijfeld zijn of haar best. Iedereen probeert ongetwijfeld zo eerlijk mogelijk te zijn. Maar het blijft een genante vertoning die, als we eerlijk zijn, moeilijk goed te praten is.

Het is bijvoorbeeld genant om te zien hoeveel energie, tijd en middelen al die artistieke mensen steken in het lobbyen bij ambtenaren en politici. Het is genant om te merken hoe gefixeerd iedereen in de kunstwereld is met Rick van der Ploeg omdat hij toevallig staatssecretaris voor cultuur is. Een gesprek met een regisseur, zakelijk leider, curator, acteur of kunstenaar is bijna ondenkbaar zonder dat zijn naam passeert. "Ja Rick was hier laatst en vond het geweldig wat wij doen." Oftewel: dat geld komt er wel. Zegt van der der Ploeg dat er iets meer voor en met allochtonen en jongeren moet gebeuren, dan pent de gehele kunstsector braaf in haar plannen iets over jongeren en allochtonen. Toen van der Ploeg duidelijk maakte meer aandacht voor kwaliteit en publieksbereik te willen, morde de kunstwereld een beetje maar ieder voor zich hield er maar mooi rekening mee. Je weet maar nooit. Voor een wereld die er prat op gaat autonoom te zijn en provocerend en grensverleggend als het moet, is dat dwee meegaan met welke beleidswendingen van de overheid ook genant te noemen. Het is ook genant te zien hoe achterbaks en gemeen men wordt in die kleine kunstsector nu het menens wordt. Met leedvermaak wordt gepraat over de grote jongens die in hun budget gesnoeid dreigen te worden en vernietigend wordt gesproken over de kleine jongens die zomaar een grote buidel geld dreigen te krijgen. En het is genant dat de Appel pardoes ermee ophoudt omdat ze haar subsidie dreigt mis te lopen. Waarom gaat het eigenlijk in deze wereld? Geld brengt niet het beste uit deze sector zeker nu er te weinig van is om alle gegadigden te bedienen. De ene zijn brood is de ander zijn dood. En dat heet kunst. Het cultuurbeleid ontkomt de overheid er niet aan. Kijk maar.

De truc waarmee de overheid de rol van scheidsrechter probeert te ontlopen is die Raad van Cultuur. Dat is een groep mensen uit de kunstsector die de aanvragen voor subsidie beoordeelt en vervolgens de staatssecretaris adviseert hoe hij zijn geld dient te verdelen. Maar de schijn bedriegt. Inhoudelijk beinvloedt de staatssecretaris dat advies al met zijn cultuurnota (Cultuur als confrontatie heet die van van der Ploeg). Zo'n nota gaat over alles en nog wat, zoals kwaliteit, diversiteit, doorstroming, marktwerking en kan ingrijpende consequenties hebben voor de wijze waarop de pot verdeeld wordt. Dus hield de de hele kunstwereld daarmee rekening bij het opstellen van de subsidie aanvragen (door iets over het publiek en dan vooral de jongeren en allochtonen mee te nemen). Tot de verbijstering van velen heeft de Raad niet altijd met die nota rekening gehouden. Zou je zeggen dat een groot publieksbereik positief is volgens de nota, gebruikt de Raad dat als een argument tegen subsidiering. Wat moet van der Ploeg daar nu mee?

Helemaal problematisch wordt het wanneer we de kriteria van artisticiteit en kwaliteit nalopen die de Raad nu toegepast heeft. Het ene gezelschap wordt geprezen voor artistieke stabiliteit, terwijl een ander gezelschap een negatief advies krijgt omdat het "ooit verworven kwaliteiten consolideert". Missen twee instellingen artistieke kwaliteiten, dan krijgt de ene toch een positief advies op basis van belofte van de toekomst. Noemt de staatsseretaris doorstroming een belangrijk criterium, adviseert de Raad die jonge kustenaars hun eigen organisaties met kantoortje en alles te geven. Met die aanpak zou ze doorstroming juist kunnen belemmeren. En wat te doen met het advies om subsidies aan flinke organisaties zoals het Noordhollands Symphonieorkest, de Appel en Felix Meritis stop te zetten? Is de onzekerheid en instabileit die een dergelijk beleid teweeg brengt, wenselijk? Benoem een andere Raad en het oordeel zou wel eens dramatisch anders kunnen zijn.

Hoe dan ook, de Staatssecretaris moet nu beslissen. Hoe onafhankelijk is hij? Hoe onafhankelijk is zijn apparaat? (Nederland is een klein land en persoonlijke verbindtenissen krijg je gauw). Neemt hij de adviezen van de Raad in haar geheel over, dan erkent hij dat de overheid niet kan ingrijpen in de geloofsstrijd binnen de kunstwereld en dat zijn eigen cultuurnota geen betekenis heeft. Wijkt hij af van de adviezen, dan grijpt hij in en speelt scheidsrechter. In dat geval is hij, de overheid, niet objectief meer. Dan gaat hij buiten zijn boekje. (Reken maar dat van de Ploeg de tweede optie kiest.) De vraag is nu aan de kunstenaars. Zijn jullie mans genoeg een einde te maken aan deze genante vertoning? Het advies: Durf onafhankelijk te zijn van de overheid en de markt, heb een visie en maak je sterk voor je kunst. En zorg ervoor dat wij burgers zo in jullie geloven dat we wat over hebben voor wat jullie doen. Dat is niet alleen eerlijk, dat is ook kunst!