Het academisch jaar opent. Wij docenten en de studenten gaan er eens lekker voor zitten. En daar komt het: "Er zijn tal van dingen, vele tradities die jullie te weten zullen komen, maar wat ik het belangrijkste vind van alles dat deze plek te bieden heeft, is dat het een broedplaats is van nieuwe en originele gedachten en ideeen. En in toenemende mate gaat het om ideeen in deze wereld." Dat doet goed. Het heeft dus zin om aan het nieuwe academische jaar te beginnen. Vooral als de spreker doorgaat met de aanmoediging: "Volg je hartstocht, niet de berekening. Bestudeer die onderwerpen die tot jouw verbeelding spreken. . . Sta open voor iedere mogelijkheid. . . Leer te leren." Dat althans mochten de studenten en de docenten van Harvard dit jaar horen van hun President Larry Summers. Wij kregen te horen dat we de boer op moeten om geld te verdienen.
Laat ik het maar eerlijk zeggen. De opening van ons academisch jaar deprimeerde me, en dat ondanks de aardige muzikale onderbreking. Toen onze voorzitster begon over verantwoordelijkheid, dacht ik "Ha, normen en waarden." Maar ze bleek het over onze verantwoordelijkheid aan het bedrijfsleven te hebben. Dat klinkt nogal verantwoord, maar zoals ze later in interviews duidelijker stelde, ging het haar gewoon om het geld. De overheid trekt onze broekriem aan, dus moeten we de markt op. Ze bracht de boodschap natuurlijk genuanceerder-met het Latijnse agora voor markt bijvoorbeeld--, maar hier kwam het uiteindelijk toch op neer. Ik begrijp haar wel. Ze wil niet meehuilen met de wolven en probeert een positieve draai te geven aan de situatie. Maar ik word er moedeloos van, en ik had de indruk niet de enige te zijn.
Want laten we eerlijk zijn voor ons zelf. Met de markt halen we het Paard van Troje binnen. Wij wetenschappers zijn geen partij voor de markt. Ja, nu we zwaar gesubsidieerd zijn, oogt het nog redelijk goed. Maar echte concurrentie kunnen we niet aan. Stel dat we geld moeten vragen voor masters opleidingen. Nou ja, stel--die kant gaat het hoe dan ook op. Hoe gaan we die uitgeklede mastersopleidingen die we nu noodgedwongen aanbieden, verkopen? Internationaal slaan we een belabberd figuur. Wacht totdat de Nederlandse student erachter komen hoe weinig die eenjarige masters voorstellen. Voor je het weet, krijgen we concurrentie van private onderwijsinstellingen die voor minder geld beter gericht onderwijs en sneller resultaat bieden. Het enige voordeel dat we dan nog hebben, is de academische accreditatie. Maar daar kijken werkgevers gauw doorheen. De rasdocenten onder ons zullen gauw overstappen naar die prive instellingen want daar krijgen ze tenminste de waardering en de beloning die ze verdienen. De docent die bij een publieke universiteit blijft hangen met haar bureaucratie, een woud van regelingen, idiote operaties (zoals de BaMA), ongemotiveerde studenten en lage beloning moet ofwel een masochist zijn of gek.
En dan dat contract onderzoek en andere diensten aan het bedrijfsleven. Misschien is dat allemaal leuk en aardig voor de medici onder ons, maar voor de rest liggen deze extra-curriculaire activiteiten wat moeilijker. Wil onze voorzitster hier meer van, dan zal ze eerst de criteria voor functionering en promotie eens moeten aanpassen, want doe ik nu iets buiten de deur dan telt dat niet mee en eerder tegen mij. (De decaan kan nu op me afstappen met de vraag waar ik de tijd vind om een stuk als dit te schrijven en of ik daarom een student nodeloos heb laten wachten.) Ik vind dat overigens terecht want veel dragen die lucratieve opdrachten niet bij aan de wetenschap. De tijd die ik daaraan besteed gaat ten koste van de tijd die ik nodig heb voor A-publicaties, oftewel artikelen in top tijdschriften. Want daar gaat het tegenwoordig officieel om. Weet onze voorzitster wel wat daar bij komt kijken? Weten studenten wel dat hun docenten daarom soms zo gehaast zijn, zo vaak reizen, of thuis zijn?
Wil je echt mee in de wetenschap dan kost dat. Een 9 tot 5 baan volstaat bij lange na niet. Top onderzoek kost zeeen van tijd. De wetenschappers van topuniversiteiten als Harvard en Duke, werken kei en keihard. Daarom zijn de universiteiten in de VS ook altijd open, en de bibliotheken bijna altijd. Op zondag naar de universiteit komen om daar te werken, is doodnormaal. Je moet wel. Hier sluiten we om half 11 door de week en gaan we keurig zaterdagmiddag en zondag op slot.
Goed, stel dat het CvB erkent dat die topwetenschap niet zo nodig hoeft, en de beoordelingscriteria aanpast. (Mevrouw de voorzitter, de basis les van de economische wetenschap is: wanneer de middelen beperkt zijn, moet u keuzes maken. ) En wij, de onderzoekers, gaan de markt op om geld te verdienen. Maar denkt u echt dat wij als academische onderzoekers kunnen concurreren op die markt? Onderzoek doen voor bedrijven en overheden is specialisten werk. De jongens en meisjes van KPMG, McKinsey, en tal van onderzoeksbureautjes doen niets anders. Hun onderzoek stelt wetenschappelijk weinig tot niets voor maar ze leveren tenminste wat hun klanten willen. En snel en efficient. Wij zijn daar niet op ingesteld. Heb je snel een aantal mensen nodig dan gaat het bureau moeilijk doen. Andere taken komen ertussen, zoals een vergadering over de BaMA of de zoveelste werkgroep. Daarbij heb ik niet de tijd om voortdurend met ambtenaren te vergaderen om de voortgang van het onderzoek te bespreken, of in mijn auto te springen als de klant mij direct wil spreken. En dat zal toch moeten.
Lukt het desondanks toch om wetenschappelijk verantwoord werk af te leveren dat de opdrachtgever bevalt, dan kom je erachter hoeveel geld met dat werk te verdienen valt. Realiseer je dat die jongens van KPMG minstens drie tot vier keer zoveel verdienen als jij, dan ben je toch gek als je bij de universiteit blijft waar je toch alleen maar stank als dank krijgt, waar de organisatie tegenwerkt, en waar je hoogstens wat extra onkosten vergoed krijgt voor al je inspanningen? (Laatst sprak ik voor accountants-zonder dat te rapporteren overigens want ik krijg daar alleen maar last van. Ik doe mijn best, vertel wat over sociaal en cultureel kapitaal, praat wat na en kreeg te horen wat mijn gehoor gemiddeld verdient. Als beloning iets te maken heeft met verdienste, dan doe ik het belabberd. Ik voelde me dat in ieder geval wel, en des te meer nu ik net zoals zij in een marktgericht bedrijf blijk te opereren. Wat doe ik hier nog?)
Het optreden van meneer Storm bevestigde het beeld. Hier was een succesvol "captain of industry" die liet zien wat werkt in het bedrijfsleven. Zijn verhaal was een aaneenschakeling van gemeenplaatsen die het ongetwijfeld goed doen in zijn kringen en voor onze bedrijfseconomen leuk zijn om te horen. Maar waar zijn de vragen, vroeg ik me af? Accountancy is een serieuze wetenschap waarin het gaat om de vraag hoe we rekenschap afleggen. Zou een morele boekhouding misschien wenselijk zijn? Robinson Crusoe waagde zich er aan. Dus waarom wij niet? (Daar ging mijn lezing voor de accountants overigens over.) Maar nee, geen vragen maar gemeenplaatsen. En dat bij een opening van het academisch jaar.
Pijnlijk was ook de discussie over integriteit. Mag ik als docent geld vangen voor een student die een bedrijf op mijn aanraden in dienst neemt? Waarom ging de zaal niet plat van verontwaardiging bij die vraag? Nee, zei collega van Willigenburg, het gaat om de discussie. Misschien is dat ook zo. Luister ik naar onze voorzitster, dan moet het kunnen. Door me als ronselaar aan te bieden, kan ik behoorlijk wat geld voor de universiteit binnenhalen. De hoogste bieder krijgt mijn beste student. Eenmaal andermaal. Verkocht! Zijn we nu helemaal gek geworden? Of moet het nog gekker?
Voor onze voorzitster strekken Amerikaanse universiteiten tot voorbeeld. Misschien kijkt ze vooral naar de wijze waarop de beta en medische wetenschappen functioneren aldaar. Want daar kan behoorlijk commercieel gewerkt worden. Maar let op: haar Amerikaanse collega's zullen dat niet aan de grote klok hangen. Larry Summers mag dan wel econoom zijn, hij zal er niet over peinzen om zo'n markgericht verhaal als dat van van Eijndhoven te houden. Dat zou vloeken in de kerk zijn. Storm zou geen kans hebben gehad op dat catheder. Geld verdienen aan studenten? Geen sprake van. Boven alles staat de verantwoording aan de wetenschap. Die verantwoording was onze voorzitster even kwijt. Haar Amerikaanse collega's weten beter. Daarom ook die woorden over passie, durf, en vernieuwing waarmee ze de studenten en docenten proberen te inspireren. Het grote verschil is dat Amerikaanse universiteiten voor een ideaal staan, het ideaal van een waarlijk academische gemeenschap, het ideaal van kennisverwerving. In Nederland zijn we blijkbaar bereid dat ideaal op te offeren op het altaar van de economie en de boekhouding. Wij zijn en blijven boekhouders.
Kwaad op onze voorzitster ben ik niet. Wat kan ze anders? We zitten in een corset dat steeds strakker aangetrokken wordt. De politici die het nu voor het zeggen hebben, vinden ons toch al verwend, inefficient en van weinig nut voor de samenleving. Dan kan je niet anders dan spastische bewegingen maken en vergeten waar het allemaal om te doen is. De echte wetenschappers en de echte studenten weten het wel: ze laten de universiteit voor wat het is, dromen over een heuse academische gemeenschap, trekken zich terug in geheime genootschappen, organiseren seminars en clubs in het geniep. Of ze vragen asiel aan bij Larry Summers om in ieder geval een inspirerende opening van het academische jaar te mogen beleven.